| 21434 |
halve gulden |
halve gulden:
enne hauve gölle (Q100p Houthem)
|
halve gulden, een ~ [N 21 (1963)]
III-3-1
|
| 29826 |
halve steen |
halve steen:
hǫwvǝ štęjn (Q100p Houthem)
|
Een in de breedterichting doormidden geslagen metselsteen of een baksteen van dit formaat die machinaal is vervaardigd. Zie ook de toelichting bij het lemma ɛdrieklezoorɛ.' [N 31, 19a; monogr.]
II-8
|
| 21606 |
halve-centstuk |
halve cent:
hauve sent (Q100p Houthem)
|
halve-centstuk, een ~ [senske?] [N 21 (1963)]
III-3-1
|
| 17659 |
hand |
hand:
hand (Q100p Houthem),
hant (Q100p Houthem)
|
hand [DC 01 (1931)]
III-1-1
|
| 32785 |
handeg |
[eg]:
[eg] (Q100p Houthem)
|
De termen die in dit lemma bijeen zijn gezet, konden worden geduid als benamingen voor de kleine houten eg die door een persoon wordt voortgetrokken bij de bewerking van een klein perceel of de moestuin. Voor zulk werk kon ook één van de velden van een meerdelige eg worden gebruikt. Voor ''eg'' en ''eg'' zie het lemma ''eg''.' [N 15, 4 add.; N J, 10; A 13, 16b; div.]
I-2
|
| 17661 |
handen (kindernamen) |
handjes:
hennekes (Q100p Houthem)
|
hand: kinderwoorden (pol, polleke, poeleke] [N 10 (1961)]
III-1-1
|
| 17660 |
handen (spotnamen) |
fikken:
fikke (Q100p Houthem),
gaffels:
gaffele (Q100p Houthem),
klauwen:
klauwe (Q100p Houthem),
knoken:
kneuk (Q100p Houthem),
schoppen:
sjöppe (Q100p Houthem)
|
[N 10 (1961)]
III-1-1
|
| 21519 |
handgeld |
handgeld:
handgeld (Q100p Houthem)
|
eerste geld dat iemand ontvangt voor zijn waren [handsgeld?] [N 21 (1963)]
III-3-1
|
| 27222 |
handlanger |
oppersjong:
oapǝršjǫŋ (Q100p Houthem)
|
Helper van de metselaar. Tot de taken van de handlanger behoren onder meer het aandragen van metselstenen en het klaarmaken van de specie. [N 30, 2a; N 30, 2b; N 30, 2c; N 30, 2d; N 30, 40b; N 30, 45a; N 31, 16b; L B 1, 104; monogr.; div.; Vld]
II-9
|
| 19566 |
handveger, stoffer |
handborstel:
handbeurstjel (Q100p Houthem),
kèrbeurstjel met lange steel
handbeurstjel (Q100p Houthem)
|
het voorwerp waarmee vloeren en vloerkleden stofvrij worden gemaakt met stugge haren [DC 15 (1947)] || het voorwerp waarmee vloeren en vloerkleden stofvrij worden gemaakt met zachte haren [DC 15 (1947)]
III-2-1
|