| 18013 |
kortademig |
dempig:
dempig (P219p Jeuk)
|
hij is dempig (kan moeilijk ademen) [ZND 23 (1937)]
III-1-2
|
| 18216 |
korte laars |
get:
-> en pear gette.
get (P219p Jeuk),
stramp:
-> en pear strampe.
stramp (P219p Jeuk),
-> ieje paor strampe.
stramp (P219p Jeuk)
|
Laars, een paar laarzen (laars die alleen het been bedekt tussen enkel en knie) [ZND 37 (1941)]
III-1-3
|
| 21978 |
korteafstandsvlucht |
snelheid:
snelheid (P219p Jeuk)
|
korte afstandsvlucht (minder dan 100 km)? [N 93 (1983)]
III-3-2
|
| 21132 |
korter maken |
richten:
richten (P219p Jeuk)
|
een af te leggen afstand korter maken door een rechtere weg te nemen (richten) [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 26630 |
kortmeel |
kort:
kǫt (P219p Jeuk)
|
Het op één na grofste produkt dat tijdens het builen wordt gescheiden. In volgorde van fijn naar grof is kortmeel grover dan kriel en fijner dan zemelen. Zie ook de toelichting bij de lemmata ɛbloemɛ, ɛboultéɛ, ɛkrielɛ en ɛzemelenɛ.' [JG 1a; JG 1b; Vds 249; Jan 244; Coe 221; Grof 248; N O, 38e]
II-3
|
| 34520 |
kortwieken |
afsnijden:
afsnijden (P219p Jeuk),
kortwieken:
kortwieken (P219p Jeuk)
|
Men kort de vleugels van een kip, opdat ze niet kan wegvliegen. Een object ''kip'' of ''vleugels'' is niet gedocumenteerd. [N 19, 53; S 19; L 28, 35; L 1a-m; monogr.]
I-12
|
| 21876 |
kostbaar |
kostelijk:
kəstelijk (P219p Jeuk)
|
veel geld waard (zijn) [durabel, kostelijk, kostbaar] [N 89 (1982)]
III-3-1
|
| 23274 |
koster |
koster:
de keuster (P219p Jeuk),
de köster (P219p Jeuk),
köster (P219p Jeuk),
köstər (P219p Jeuk)
|
De koster [köster, kuster, keuster?]. [N 96B (1989)] || koster [RND] || Koster. [ZND 37 (1941)]
III-3-3
|
| 23593 |
kosteres |
kosteres:
kösteres (P219p Jeuk)
|
Een vrouw die het kostersambt uitoefent [kosteres, kosterin, kosterse?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 21339 |
kostganger |
kostganger:
kostganger (P219p Jeuk)
|
een kostganger (die bij anderen inwoont) [ZND 28 (1938)]
III-3-1
|