e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Kanne

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
manken kreupel lopen: kroomp làope (Kanne), manken: maanke (Kanne) Gebrekkig lopen door bijv. ongelijke lengte van de benen (hompe(le)n, manken, lammen, mank lopen). [N 107 (2001)] III-1-2
mannelijk kalf durenkalf: dø̄rǝ[kalf] (Kanne) [N 3A, 15; N C, 7a; JG 1a, 1b; A 9, 17a; Gwn V, 5a; monogr.] I-11
mannelijk schaap bok: bok (Kanne) Het mannelijk schaap in het algemeen. Varianten van het woordtype hamel die voor "mannelijk schaap" zijn opgegeven, zijn naar het lemma ''gesneden mannelijk schaap'' (2.2.5) overgeheveld. [L 5, 30b; L 20, 22a; L 39, 44; L 6, 25; L B2, 319; JG 1a, 1b, 1c, 2c; A 2, 46; A 4, 22a; Wi 12; AGV, m 3; R 3, 34; VLD; S, Q 105 add.; monogr.] I-12
mannelijke duif hoorn: hōò.n (Kanne) Doffer. [Goossens 1b (1960)] III-3-2
mannelijke eend eendenhaan: eͅntənhān (Kanne), ē̜ndǝnhǭn (Kanne), ęi̯ntǝnhǭn (Kanne), ęntǝnhǭn (Kanne), gaan: ga͂n (Kanne), haan: hǭn (Kanne), mannetjeseend: manǝkǝsē̜nt (Kanne) [GV, K 2; L 1a-m; L 3, 3; L 14, 18; JG 1a, 1b, 2c; S 18; NE II, 55; Vld.; A 6, add.; monogr.]woerd, mannetjeseend [ZND 01 (1922)] I-12, III-4-1
mannelijke eend, woerd entenhaan: entenhaōn / piele piele (Kanne) woerd: mannelijke eend. Hoe roept men eenden? [GV K (1935)] III-4-1
mannelijke gans ganzenhaan: gāzǝnhǭn (Kanne), gęi̯zǝhãn (Kanne), haan: hãn (Kanne), hǭn (Kanne) [A 6, 5a; A 6, 5c; S 9; L 1a-m; L 1, 59; L 14, 20; JG 1a, 1b; monogr.] I-12
mannelijke geit bok: bok (Kanne), buk (Kanne) [N 70, 8; N 77, 78; N 77, 80; A 9, 19; L 32, 82; Wi 11; RND 89; JG 1a, 1b, 2c; Vld.; monogr.] I-12
mannelijke hond, reu rekel: rēͅkəl (Kanne) reu [Goossens 1b (1960)] III-2-1
mannelijke kat, kater kater: kotər (Kanne) kater [Goossens 1b (1960)] III-2-1