| 22861 |
trommeltje |
trommeltje:
trøməlkə (Q188p Kanne),
trommetje:
trømkə (Q188p Kanne)
|
trommeltje [RND]
III-3-2
|
| 34198 |
trommelzucht |
opgelopen (volt. deelw.):
ǫpgǝlōpǝ (Q188p Kanne)
|
Een sterke gasophoping in de pens bij koeien vooral veroorzaakt dor het eten van nat of bedauwd gras en klaver. Deze trommelzucht belet, door druk op de longen, de ademhaling en leidt tot hevige benauwdheid die de dieren kan doen stikken (Berns 1983, blz. 129). Zie ook het lemma ''trommelzucht'', ''meteorisme'' in wbd I.3, blz. 468-471. [N 3A, 90; L 23, 1c; A 48A, 6; N C add.; monogr.]
I-11
|
| 22672 |
trompet |
trompet:
de trompöt (Q188p Kanne),
trumpɛt, trumpYt (Q188p Kanne)
|
het koperen blaasinstrument met een schetterende, doordringende toon [trompet, toet] [N 112 (2006)] || Trompet.
III-3-2
|
| 19317 |
trots |
fier:
fie’əre (Q188p Kanne),
groots:
gruuts (Q188p Kanne),
hovaardig:
hoefjaadig (Q188p Kanne)
|
groots [ZND 24 (1937)]
III-1-4
|
| 20384 |
trouwen |
trouwen:
trouwe (Q188p Kanne)
|
door het huwelijk verenigd worden; trouwen [sjanken, sanksen, berinnen, trouwen] [N 115 (2003)]
III-2-2
|
| 18169 |
trui |
tricot (fr.):
triko (Q188p Kanne),
vareuse (fr.):
varø:s (Q188p Kanne)
|
tricot: pull-over, vareuse || vareuse: cfr. tricot, ook pull-over
III-1-3
|
| 18083 |
tuberculose |
tering:
tèèring (Q188p Kanne)
|
Tuberculose: infectieziekte veroorzaakt door de tuberkelbacil die vrijwel alle organen kan aantasten, meestal echter de longen (tering, teer, tbc, teebee). [N 107 (2001)]
III-1-2
|
| 34289 |
tuieren |
tuieren:
tøu̯ǝrǝ (Q188p Kanne)
|
Een koe of geit laten grazen aan een touw dat met een paal in de grond bevestigd is. Men doet dit om het af te grazen stuk grasland te beperken. [N 3A, 14h; N 14, 71; L 27, 5; A 17, 20; JG 1c, 2c; Vld.; monogr.]
I-11
|
| 34293 |
tuierpaal |
pag:
pax (Q188p Kanne),
tuierpaaltje:
tøu̯ǝrpø̜̄lkǝ (Q188p Kanne)
|
De tuierpaal is een houten of ijzeren paal die men met de tuierhamer in de grond slaat en waaraan de koe of geit wordt vastgebonden. [N 14, 72 en 73a; N 3A, 14h; JG 1c, 2c; L 40, 21a; L B2, 286; A 17, 20; monogr. add. uit N 14, 71]
I-11
|
| 33542 |
tuinkervel |
kervel:
keͅrəvəl (Q188p Kanne)
|
[Goossens 1b (1960)]
I-7
|