| 18604 |
korset |
korset (<fr.):
kərset (L316p Kaulille)
|
korset, rijglijf om de taille [rijlief, rellif, relf, ruls, stiklijst, stiflijk] [N 25 (1964)]
III-1-3
|
| 17797 |
kort geknipt haar |
pinnetjeskop:
Spelling: <`> = sjwa.
pinn`k`skop (L316p Kaulille)
|
Overal kort geknipt hoofdhaar [tieters, stoppelen] [N 114 (2002)]
III-1-1
|
| 18330 |
kort schortlint |
gatlint:
gātlens (L316p Kaulille)
|
linten, korte ~ waarmee de schortslippen van achteren met elkaar worden verbonden [gatslinte, gatlinter] [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 18013 |
kortademig |
dempig:
dempig (L316p Kaulille)
|
hij is dempig (kan moeilijk ademen) [ZND 23 (1937)]
III-1-2
|
| 18287 |
korte broek |
korte boks:
koͅrtə boks (L316p Kaulille),
n korte boks (L316p Kaulille)
|
broek, korte (jongens)~ die de knieën onbedekt laat [N 23 (1964)] || korte broek (hoe heet ...?) [ZND 22 (1936)]
III-1-3
|
| 18216 |
korte laars |
beenlap:
-> twieë bieenlappen.
bieenlap (L316p Kaulille),
get:
get (L316p Kaulille),
-> een paar getten.
getten (L316p Kaulille),
Slopkousen: oud: uit stof gemaakt.
get (L316p Kaulille)
|
Laars, een paar laarzen (laars die alleen het been bedekt tussen enkel en knie) [ZND 37 (1941)]
III-1-3
|
| 18600 |
korte onderbroek? |
onderboks:
ondərboks (L316p Kaulille)
|
onderbroek, korte ~ [N 25 (1964)]
III-1-3
|
| 26108 |
korte spruit |
korte spruitbalk:
kǫrtǝ sprut˱balǝk (L316p Kaulille)
|
De kortste van de twee spruiten. Zie ook afb. 25 en 26 en de toelichting bij het lemma ɛspruitenɛ.' [N O, 52c; N O, 51b; A 42A, 107 add.; A 42A, 5; monogr.]
II-3
|
| 26630 |
kortmeel |
kortmeel:
kǫrtmę̄l (L316p Kaulille)
|
Het op één na grofste produkt dat tijdens het builen wordt gescheiden. In volgorde van fijn naar grof is kortmeel grover dan kriel en fijner dan zemelen. Zie ook de toelichting bij de lemmata ɛbloemɛ, ɛboultéɛ, ɛkrielɛ en ɛzemelenɛ.' [JG 1a; JG 1b; Vds 249; Jan 244; Coe 221; Grof 248; N O, 38e]
II-3
|
| 34520 |
kortwieken |
afknippen:
afknippen (L316p Kaulille),
afsnijden:
āfsnii̯ǝ (L316p Kaulille),
knippen:
knippen (L316p Kaulille)
|
Men kort de vleugels van een kip, opdat ze niet kan wegvliegen. Een object ''kip'' of ''vleugels'' is niet gedocumenteerd. [N 19, 53; S 19; L 28, 35; L 1a-m; monogr.]
I-12
|