| 24355 |
mot |
mot:
mot (L298p Kessel, ...
L298p Kessel)
|
mot [DC 24 (1953)], [SGV (1914)]
III-4-2
|
| 21263 |
motor |
moter:
mo.tər (L298p Kessel)
|
motor [RND]
III-3-1
|
| 25100 |
motregenen, licht regenen |
motregenen:
het motrëgent (L298p Kessel)
|
motregen, het motregent (regen met heel fijne druppels). [DC 30 (1958)]
III-4-4
|
| 25664 |
mout |
mout:
mout (L298p Kessel)
|
Het op de eest of eestvloer gedroogde en eventueel geroosterde graan. Zie ook de semantische toelichting bij het lemma ''eesten''. [N 35, 20; L 1a-m; L 1u, 166; S 5; Jan 14d; monogr.]
II-2
|
| 18264 |
mouw |
mouw:
moe (L298p Kessel)
|
mouw [SGV (1914)]
III-1-3
|
| 24356 |
mug |
mug:
muk (L298p Kessel),
mök (L298p Kessel)
|
steekmug [DC 18 (1950)]
III-4-2
|
| 20598 |
muik |
muik:
moek (L298p Kessel, ...
L298p Kessel)
|
Kent u een woord voor een geheime bergplaats voor onrijp fruit? Vroeger legden de kinderen vruchten, vooral appels, die ze onrijp geplukt hadden, op een verborgen plekje in het hooi of stro om zacht te worden. Voorbeelden met woorden voor deze bergplaats [DC 31 (1959)] || meuk [SGV (1914)]
III-2-3
|
| 17872 |
muilpeer |
muilpeer:
moelpêr (L298p Kessel)
|
muilpeer, slag op de kaak [SGV (1914)]
III-1-2
|
| 18308 |
muiltje |
slof:
sjloffen (L298p Kessel),
sjlôffe (L298p Kessel)
|
Hoe noemt men de muilen? [DC 09 (1940)] || Muiltje. Thuis dragen veel mensen in plaats van schoenen pantoffels of muilen. De eerste hebben wel, de andere geen opstaande achterkant. Hoe noemt men die zonder achterkant? [DC 44 (1969)]
III-1-3
|
| 24357 |
muis |
muis:
moes (L298p Kessel)
|
muis [SGV (1914)]
III-4-2
|