| 26360 |
spie |
spie/spij:
spi(i̯) (L369p Kinrooi)
|
De zeisring, die steel en blad verbindt, wordt vastgeslagen door middel van een spie, of door twee of meer spietjes. Doorgaans zijn ze van hout, omdat deze het beste vast blijven zitten; soms vindt men ook een ijzeren spie, vaak in combinatie met een houten. Zie ook de toelichting bij het lemma ''zeisring'', en afbeelding 4, nummer A4 en B4. [N 18, 67e; JG 1a, 1b, 2c; add. uit A 14, 2]
I-3
|
| 22401 |
spiertje trekken |
spiertje trekken:
speerke trèkke (L369p Kinrooi)
|
loten met gras of lucifers (bijv. wie de langste trekt) [spiertje trekken, getuigen, tuigen] [N 112 (2006)]
III-3-2
|
| 21373 |
spijbelen |
heggenschool:
egəsūəl (L369p Kinrooi)
|
Hoe noemt men het heimelijk, zonder medeweten van de ouders, wegblijven van school? [Lk 03 (1953)]
III-3-1
|
| 18202 |
spijkerbroek |
jeans:
ží:ns (L369p Kinrooi),
jeansboks:
zjiensbóks (L369p Kinrooi)
|
Spijkerbroek [spijkerbroek, -boks, jeansbroek, jeans] [N 114 (2002)]
III-1-3
|
| 18203 |
spijkerjas |
jeansjas:
ží:ns jas (L369p Kinrooi),
jeansjasje:
zjiensjeske (L369p Kinrooi)
|
Spijkerjasje [spijkerjas, jeansjas, jek] [N 114 (2002)]
III-1-3
|
| 18204 |
spijkerpak |
in jeans:
in zjiens (L369p Kinrooi),
jeanskostuum:
ží:ns kəstym (L369p Kinrooi)
|
Spijkerpak [spijkerpak, jeanspak, spijkerkostuum, jeanskostuum] [N 114 (2002)]
III-1-3
|
| 34592 |
spil van de berries |
pin:
pęn (L369p Kinrooi)
|
IJzeren spil waarmee de berries van de slagkar bevestigd zitten aan de draagbomen onder de bak. [N 17, 18; N G, 56c]
I-13
|
| 24379 |
spin |
spin:
speͅn (L369p Kinrooi),
spɛn (L369p Kinrooi)
|
spin [RND], [ZND B2 (1940sq)]
III-4-2
|
| 20121 |
spinnen |
spinnen:
spenǝ (L369p Kinrooi),
spenə (L369p Kinrooi)
|
De handeling die met behulp van een spinnewiel werd verricht. Vooral voor vlas en hennep was het raadzaam de spinvingers nat te houden tijdens het spinnen. Hiervoor had men een klein potje met water aan rokken of wiel hangen (Weyns, pag. 844-845). Soms werden daartoe ook wel kleine, twee-orige kruikjes van ongeveer 7 cm hoog gebruikt, gebakken onder andere te Raeren. [N 34, C; RND 3; Wi 27; S 34; monogr.] || spinnen [Goossens 1b (1960)]
II-7, III-2-1
|
| 24381 |
spinnenweb |
spinnenweb:
speͅnəwɛb (L369p Kinrooi),
spɛnəwɛp (L369p Kinrooi)
|
spinnenweb [RND], [ZND B2 (1940sq)]
III-4-2
|