| 32839 |
mestplakken verspreiden |
flatten spreiden:
flatǝ špręi̯ǝ (Q111p Klimmen)
|
De koemestplakken in de wei met een riek of schop uit elkaar slaan, om te voorkomen dat er zich op die plekken schitbossen vormen. [NM, 8b; N 11A, 40b; div.; monogr.]
I-2
|
| 33408 |
mestplank onder de zitstokken |
mestplank:
męsplaŋk (Q111p Klimmen)
|
De plank onder de zitplaats van de kippen die dient om de mest op te vangen. In L 245, P 51,174, 222, Q 9, 77, 88, 93 en 118 kende men een dergelijke voorziening niet; daar vielen de uitwerpselen gewoon op de vloer. [N 5A, 63b; A 48, 16g]
I-6
|
| 32581 |
mestspade, mestmes |
meststeker:
[mest]štē̜kǝr (Q111p Klimmen)
|
Het voorwerp waarmee men het in het vorige lemma bedoelde werk verrichtte. Dit gereedschap werd ook wel gebruikt voor het afsteken van ingekuild veevoeder of geperst hooi. Van de onderstaande termen zijn er vele niet specifiek voor de meststeker: zij noemen een bepaald soort gerei dat ook voor ander werk te gebruiken is. Voor de varianten van mest zij verwezen naar het lemma (stal)mest. [N 18, 15 + 21d; N 5A, 50b; N 11A, 12; monogr.]
I-1
|
| 33622 |
mestvaalt |
mest:
meͅs (Q111p Klimmen),
mès (Q111p Klimmen),
mesthoop:
mèshaup (Q111p Klimmen)
|
[SGV (1914)]
I-7
|
| 34364 |
mestvarken |
mastvarken:
masvɛrǝkǝ (Q111p Klimmen),
mestvarken:
mɛsvɛrǝkǝ (Q111p Klimmen)
|
Een varken dat gehouden worden om vet te mesten. [JG 1a, 1b, 2c; L 37, 49e; N C, add.; N 19, Q 111 add.; N 19, Q 204a add.; monogr.]
I-12
|
| 31389 |
mesvijl |
platte vijl:
platǝ vīl (Q111p Klimmen
[(met snijkant)]
)
|
Vijl die wordt gebruikt voor het vijlen van zeer scherpe hoeken. Het blad van deze vijl lijkt op het blad van een mes en loopt naar de punt toe spits uit. Zie ook afb. 105. [N 33, 95]
II-11
|
| 32602 |
met compost bestrooien |
drekken:
drɛkǝ (Q111p Klimmen)
|
Weiland bemesten met compost. Omdat er gras- en onkruidzaden in kunnen zitten, wordt mengmest gewoonlijk niet op akkerland aangewend. [N 11, 22 + 25 add.; N 11A, 38; monogr.]
I-1
|
| 33878 |
met de benen zwaaien en bewegen tijdens het werpen |
werken:
werǝkǝ (Q111p Klimmen)
|
[N 8, 53]
I-9
|
| 23632 |
met de collecteschaal rondgaan |
collecteren (<fr.):
kollektere (Q111p Klimmen),
met de open schaal rondgaan:
mit der oape sjaol rondgaon (Q111p Klimmen),
met de schaal gaan:
mit de sjaol gao (Q111p Klimmen),
met de telder rondgaan:
mit der telder rondgaon (Q111p Klimmen)
|
Collecteren met de open schaal, met de schaal rondgaan. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 21984 |
met de duiven naar de inkorfplaats gaan |
naar het lokaal gaan:
nao ’t lokaal gao (Q111p Klimmen)
|
Hoe zegt men: met de duiven naar de inkorfplaats gaan om aan wedstrijden deel te nemen? [N 93 (1983)]
III-3-2
|