e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=L432a plaats=Koningsbosch

Overzicht

Gevonden: 1225
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
te nat knets: knɛtš (Koningsbosch), te slap gemengd: te slap gemengd (Koningsbosch) Gezegd van deeg. In dit lemma komen verschillende grammaticale categorieën voor. [N 29, 29b; monogr.] || Het lemma valt uiteen in verschillende grammaticale categorieën. De eerste categorie benamingen is bijvoeglijk van aard. De tweede groep bestaat uit opgaven die een zelfstandigheid aanduiden en de derde groep bestaat uit werkwoorden. [N 29, 67; monogr.] II-1
teelballen kloten: Schertsend; Gemeen.  kloëtte (Koningsbosch), zakballen: zakballe (Koningsbosch) [N 10c (1995)] III-1-1
teen teen: tíən (Koningsbosch) teen (toon) [DC 01 (1931)] III-1-1
ten doop houden het kind vasthouden: kendj vashouwe bie `t deupe (Koningsbosch) Het ten doop houden, het vasthouden van het kind tijdens de doop. [N 96D (1989)] III-3-3
ten volle bediend zijn bediend zijn: bedeend sîn (Koningsbosch) Ten volle bediend zijn, d.w.z. gebiecht, de H. Communie en het H. Oliesel ontvangen hebben. [N 96D (1989)] III-3-3
ter begrafenis gaan naar de begrafenis gaan: näö de begrafenis gôân (Koningsbosch) ter begrafenis gaan [N 96D (1989)] III-2-2
teraardebestelling begraven: begrave (Koningsbosch) De teraardebestelling. [N 96D (1989)] III-3-3
tientje van de rozenkrans tientje: tientje (Koningsbosch) Een tientje van de Rozenkrans [n jezets?]. [N 96B (1989)] III-3-3
tijdelijke aflaat tijdelijke aflaat: tijdelijke aflaat (Koningsbosch) Een tijdelijke aflaat. [N 96B (1989)] III-3-3
timmeren timmeren: tømǝrǝ (Koningsbosch) De algemene benaming voor alle werkzaamheden die verband houden met het timmermansvak. [N 55, 169; A 35, 21; L monogr.; monogr.] II-12