| 17850 |
omhooggaan |
omhooggaan:
omhouggóun (Q074p Kortessem)
|
[omhooggaan]
III-1-2
|
| 33792 |
omhulsel van het teellid |
sluif:
slǫu̯f (Q074p Kortessem)
|
Schede van de roede. [JG, 1b; N 8, 36 en 37b]
I-9
|
| 25685 |
omzetten |
omzetten:
ømzętǝ (Q074p Kortessem)
|
Het met de graanschop omkeren van het op de graanzolder uitgespreide graan. [JG 1a, 1b, 2c]
I-4
|
| 25149 |
onbewolkt |
klaar:
klijer (Q074p Kortessem),
kliər (Q074p Kortessem)
|
klaar, helder [ZND 19A (1936)]
III-4-4
|
| 18584 |
onderbroek |
onderbroek:
onderbroek (Q074p Kortessem)
|
onderbroek
III-1-3
|
| 18401 |
ondergoed |
ondergoed:
ondergoed (Q074p Kortessem)
|
ondergoed
III-1-3
|
| 18257 |
onderhemd |
hemd:
himme (Q074p Kortessem),
himə (Q074p Kortessem)
|
hemd || hemd, hemden (mv.) [ZND B1 (1940sq)]
III-1-3
|
| 19395 |
onderkussen, peluw |
hoofdpeluw:
høͅi̯pleŋ (Q074p Kortessem),
høͅi̯pəleŋ (Q074p Kortessem),
høͅi̯pəliŋ (Q074p Kortessem),
høͅpəliŋ (Q074p Kortessem),
hoofdpulf:
høͅi̯tpølvər (Q074p Kortessem)
|
een hoofdpeluw (langwerpig kussen) [ZND B1 (1940sq)] || het langwerpig kussen dat op de matras en onder het eigenlijke hoofdkussen ligt (Fr. traversin) [ZND 27 (1938)] || hoofdpeluw
III-2-1
|
| 31712 |
onderste handvat |
handvast:
hāvā.s (Q074p Kortessem)
|
Het onderste handvat van de steel van de zeis, dat in de rechterhand wordt gehouden. Doorgaans is dit het korte handvat van model A, zoals beschreven in de algemene toelichting van deze paragraaf en in de toelichting bij het lemma ''steel van de zeis''; daar zijn ook de gegevens opgenomen omtrent de localisatie van model B, waarvan het onderste handvat in de kromming van de steel zit of waar dit handvat lang en T-vormig is. Om de varianten van de substantiva onder één woordtype bijeen te houden en een vergelijking met de opgaven voor het bovenste handvat te vergemakkelijken, zijn de adjectiva (onderste, korte, kleine, enz.) als facultatief in het hoofdwoordtype opgenomen. Zie afbeelding 4, A2 en B2.' [N 18, 67c; N C, 3b2; JG 1a, 1b, 2c; monogr.]
I-3
|
| 21282 |
onderwijzer |
meester:
meestər (Q074p Kortessem)
|
onderwijzer; Hoe wordt hij tegenwoordig genoemd? [DC 48 (1973)]
III-3-1
|