| 34581 |
ladderboom |
leierbalk:
(mv)
lęi̯.ǝrbɛ.lǝk (L422p Lanklaar)
|
Elk van de twee balken van een zijladder waartussen zich de sporten bevinden. [JG 1a; JG 1b]
I-13
|
| 19668 |
lade |
lade:
lāi (L422p Lanklaar),
lade van de tafel:
lāi van də tôfəl (L422p Lanklaar),
tafellade:
tōͅfəllāi̯ (L422p Lanklaar)
|
een tafellade (Noordnederl. \'tafella\') [ZND 03 (1923)] || lade van een tafel [ZND 37 (1941)], [ZND 39 (1942)]
III-2-1
|
| 27367 |
laden |
laden:
lāi̯.ǝ (L422p Lanklaar)
|
De kar laden. Vergelijk ook WLD I, afl. 4, p. 84 ev [JG 1a, 1b; L 37, 14; Wi 33, 39; add. bij N 18]
I-10
|
| 28276 |
lader |
laadman:
lājman (L422p Lanklaar
[(Eisden)]
[Zwartberg, Eisden])
|
De persoon die op de laadpunten de kolen in de mijnwagens laadt door het openen en sluiten van de laadbak. Indien aanwezig, bedient hij ook de wagentrekker of de lier waarmee de wagens verplaatst kunnen worden. [N 95, 141; monogr.; Vwo 229; Vwo 236; Vwo 461; Vwo 465; Vwo 666]
II-5
|
| 27854 |
lading |
vracht:
vraxt (L422p Lanklaar)
|
Datgene wat op de kar of kruiwagen wordt geladen. [JG 1a, 1b; Wi 52; monogr.]
I-10
|
| 18304 |
lage herenschoen, molière |
lage schoen:
līx šōn (L422p Lanklaar)
|
herenschoenen, lage ~ [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 32447 |
lage klomp |
klomp:
[klomp] (L422p Lanklaar)
|
Klomp met een lage en korte kap die slechts het voorste deel van de voet bedekt. Over de klompopening is een leren riem aangebracht die door middel van kleine spijkertjes met platte kop wordt vastgezet. Zie ook afb. 260. Het woord(deel) klomp is fonetisch gedocumenteerd in het lemma ɛklompɛ.' [N 24, 70c; monogr.]
II-12
|
| 18377 |
lage klomp? |
klomp:
kloͅmp (L422p Lanklaar)
|
klomp, lage open ~ met een riem over de wreef [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 18351 |
lakschoen |
laquschoen (<fr.):
lakēšōn (L422p Lanklaar)
|
lakschoenen [gelakkerde sjeun] [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 18147 |
lam |
lam:
laam (L422p Lanklaar),
lam (L422p Lanklaar),
lā.mp (L422p Lanklaar),
lammetje:
lɛmkǝ (L422p Lanklaar),
schaapje:
šø̄pkǝ (L422p Lanklaar)
|
Jong van het schaap in het algemeen. Zie afbeelding 5. [N 70, 3; R 3, 36; S 20; Wi 5; Wi 12; L 20, 22c; L 6, 25; L 1a-m; JG 1a, 1b; AGV, m 3; A 2, 45; A 2, 1; A 4, 22c; Vld.; monogr.] || lam [ZND 01 (1922)]
I-12, III-1-2
|