| 18215 |
laars (alg.) |
bot:
bot (K317p Leopoldsburg),
boͅt (K317p Leopoldsburg)
|
laars [bot, steevel, buus, kamasj] [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 18359 |
laars met sluitriempje |
rijbot:
rijbot (K317p Leopoldsburg),
rääboͅt (K317p Leopoldsburg)
|
laars waarvan de schacht aan de bovenkant van een verstelbaar sluitriempje is voorzien [rijlaars] [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 18301 |
laars tot of boven de knie |
rijbot:
NB: Zelfde antwoord als N24,067 laars waarvan de schacht aan de bovenkant van een verstelbaar sluitriempje is voorzien [rijlaars]
rijbot (K317p Leopoldsburg),
räboͅt (K317p Leopoldsburg)
|
laars waarbij de schacht het hele onderbeen bedekt [kapleers, kapsjtievel, kamasj] [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 18374 |
laarzenschacht |
tige (fr.):
tizjə (K317p Leopoldsburg),
tīžə (K317p Leopoldsburg)
|
schacht van een laars [sjach, sjteevelschach] [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 25422 |
ladder |
varkensleer:
vɛrkǝslīr (K317p Leopoldsburg)
|
Een ladder met bovenaan een lat waaraan een koord bevestigd is. Het geschoren en gereinigd varken wordt met de rug op de ladder gelegd. Als de achterste poten aan de bovensporten van de ladder zijn vastgesjord, wordt ze overeind gezet. Het varken komt met de snuit omlaag te hangen. [N 5aII, 62b; N 28, 64; N 28, 67; monogr.]
II-1
|
| 18304 |
lage herenschoen, molière |
bottillon (fr.):
boͅteljoͅns (K317p Leopoldsburg),
molire (fr.):
molières (K317p Leopoldsburg)
|
herenschoenen, lage ~ [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 18377 |
lage klomp? |
galoche (fr.):
galoͅš (K317p Leopoldsburg)
|
klomp, lage open ~ met een riem over de wreef [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 33702 |
lage, natte plekken in moeras |
laag kot:
(mv)
liǝx kǫtǝ (K317p Leopoldsburg)
|
De lager gelegen delen in een moeras waarin steeds water staat. [N 27, 21b]
I-8
|
| 33680 |
lage, natte zandgrond |
zure grond:
zyrǝ grǫnt (K317p Leopoldsburg)
|
[N 27, 35; R 3, 5]
I-8
|
| 18351 |
lakschoen |
laqu (fr.):
lakees (K317p Leopoldsburg),
lakēs (K317p Leopoldsburg)
|
lakschoenen [gelakkerde sjeun] [N 24 (1964)]
III-1-3
|