e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Lottum

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
varkenstrog trog: trǭx (Lottum), varkensbak: vɛrkǝs˱bak (Lottum) De vaste voerbak in een varkenshok voor het vloeibare voedsel. [N 5A, 60d; A 4, 4d; L 8, 19; L 20, 4d] I-6
varkensvet reuzel: gesmolten vet  reuzel (Lottum), smout: smālt (Lottum, ... ) reuzel [DC 17 (1949)], [SGV (1914)] || smout [SGV (1914)] III-2-3
varshaak haakje: hø̜kskǝ (Lottum), wreefmes: vrijmē̜s (Lottum) Gereedschap dat dient om aan de binnenkant van de klomp de hak en de hakbodem glad te maken. Het snijdende gedeelte van de varshaak is enkele centimeters breed, is aan beide zijden aangescherpt en in een cirkel rondgebogen. Soms heeft het ook heeft de vorm van een van boven platgedrukt vraagteken. Het houten handvat van de haak is ongeveer 30 cm lang. Zie ook afb. 247. [N 97, 23; A 29a, 9; Bakeman 9; monogr.] II-12
vaste uitwerpselen schaapskrenten: sxǫpskrɛntǝn (Lottum) In de vragen L 20, 22f en A 4, 22f werd ook gevraagd naar het gebruik van schapenmest. Uit de antwoorden blijkt dat schapenmest kon dienen als bemesting in het algemeen en als weiland- en bloembemesting. Ook vermengde men schapenmest met stalmest. Schapenmest werd wel eens gebruikt om stokbomen in te planten. [N 77, 122; L 20, 22f; A 4, 22f; A9, 24c] I-12
vaste voer- en drinkbak krib: krøp (Lottum), voerbak: vōrbak (Lottum) De opgemetselde bak of goot, soms in vakken verdeeld, die vóór de koeien langs loopt, waaruit de koeien eten en drinken. De hoogte van de bak verschilt van plaats tot plaats. Het water wordt het laatst in de bak gedaan. De bak is dan meteen schoon. Zie ook het vorige lemma "voer- en drinkgoot" (2.2.14). Zie ook afbeelding 10 bij het lemma "koeienstand" (2.2.23). [N 5A, 37b; N 4, 76; N 5, 96; L 1, a-m; L A1, 174; S 19; Wi 4; monogr.; add. uit N 5A, 37a; A 10, 10] I-6
vastenavond vastelavond: vesteloavend (Lottum) Vastenavond [SGV (1914)] III-3-2
vastendag vasteldag: vesseldaag (Lottum) vastendag [SGV (1914)] III-3-3
vastentijd vasten: vāste (Lottum) vasten [SGV (1914)] III-3-3
veengrond, stuk niet ontgonnen hei of woeste grond turf: tø̜rf (Lottum) Een stuk grond waarop het mogelijk is een bepaald soort turf te steken. [I, 3; N 27, 4a; N 27,18a; S 39] II-4
veerpont veer: vêr (Lottum) veer (overvaart) [SGV (1914)] III-3-1