e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Lozen

Overzicht

Gevonden: 668
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
peetoom peteren: piətrə (Lozen), pītərə (Lozen) peter (bij het doopsel) [ZND B1 (1940sq)] III-2-2
peettante peet: pēət (Lozen), pēͅt (Lozen) meter (bij het doopsel) [ZND B1 (1940sq)] III-2-2
pet: algemeen klak: klak (Lozen, ... ), muts: møts, məts (Lozen), pots: puts (Lozen) pet (hoofddeksel voor jongens) [ZND B1 (1940sq)] III-1-3
peulen, doppen (ww.) peulen: paolen (Lozen), uitdoen: ūtdōn (Lozen) [ZND B2 (1940sq)] I-7
peulvruchten doppen erwten uitdoen: eͅrtə utdōn (Lozen) doppen, peulen (erwten of bonen uit de pel doen) [ZND B2 (1940sq)] III-2-3
pil pil: pil (Lozen) pil [ZND A1 (1940sq)] III-1-2
pissebed wild varken: oniscus asellus/oniscus murarius (=ZND 18)  wild verken (Lozen) pissebed, keldermot [GV K (1935)] III-4-2
platte kant klampsteen: klāmpstęjn (Lozen) De lange brede zijde van een metselsteen. Zie ook afb. 30. [N 31, 17a; N 98, 172; monogr.] II-8
pleistermortel gladstrijken poleren: pǫliǝrǝ (Lozen) Een pleisterlaag met behulp van het raapbord gladmaken. [N 32, 38a; monogr.] II-9
plensbui, zware bui bijs: bis (Lozen), biz (Lozen), bui: bøj (Lozen), vlaag: vlōͅg (Lozen) zware plensbui [ZND B2 (1940sq)] III-4-4