| 22310 |
proppenschieter |
klatspijp:
klàtspip (L316a Lozen),
ən klàtspiəp (L316a Lozen)
|
Een klakkebus (buis uit vlierhout, waarmee proppen worden weggeschoten). [ZND B1 (1940sq)]
III-3-2
|
| 30086 |
put |
zak:
zák (L316a Lozen)
|
Terugwijkend gedeelte van het metselwerk van een muur. [N 31, 47a]
II-9
|
| 22726 |
raadsel(tje) |
raadsel(tje):
rōͅtsəl (L316a Lozen),
ə ra͂tsəl (L316a Lozen),
onder de ø staat een puntje
røtsəlkə (L316a Lozen)
|
Een raadsel. [ZND B1 (1940sq)]
III-3-2
|
| 24367 |
rat |
rat:
rat (L316a Lozen)
|
rat [ZND A1 (1940sq)]
III-4-2
|
| 25183 |
regenen (alg.) |
regenen:
rɛ̄gənə (L316a Lozen)
|
regenen [ZND A1 (1940sq)]
III-4-4
|
| 30537 |
regenpijp |
goot:
gūǝt (L316a Lozen)
|
De buis die het regenwater vanuit de dakgoot naar beneden voert. [N 64, 149a; L 24, 23b; L 24, 38; L B1, 160b; monogr.; Vld.]
II-9
|
| 24308 |
regenworm |
pierik:
pērik (L316a Lozen),
piering:
piering (L316a Lozen),
pierling:
pierlink (L316a Lozen)
|
pier, aardworm [ZND B2 (1940sq)]
III-4-2
|
| 17789 |
reuk |
reuk:
ryk (L316a Lozen)
|
een reuk [ZND A2 (1940sq)]
III-1-1
|
| 17655 |
rib |
rib:
røb (L316a Lozen)
|
een rib [ZND A1 (1940sq)]
III-1-1
|
| 32583 |
riek, mestriek |
riek:
rēk (L316a Lozen)
|
Een riek die vroeger vaak drie, tegenwoordig meestal vier tanden telt en die gebruikt wordt om de stallen uit te mesten, mest te laden en mest te verspreiden op het land, ook om aardappelen te rooien, aardkluiten fijn te maken e.d. Voorzover het materiaal daaromtrent gegevens bevatte, is in dit lemma achter de plaatsnummers melding gemaakt van het aantal tanden dat de (mest)riek ter plaatse telde. Benamingen van de (mest)riek naar het aantal tanden vormen de tweede helft van dit lemma. Niet opgenomen zijn namen voor een drietandige vork, die blijkens de opgave gebruikt werd om graanschoven en/of hooi op te steken, noch benamingen voor de vijf- of zestandige riek die - met of zonder bolletjes aan de tanden - dient om bieten of aardappelen op te scheppen. [N 5A, 50b; N 11, 28; N 11A, 13a + c; N 14, 81 add.; N 18, 23 + a + b; N 18, 24 add.; JG 1a + 1b; A 28, 4a + b; Av 1, III 5; L B2, 242; L 16, 18b; Gi 2, 179; Lu 6, 4a + b; S 29; Gwn 8, 3; Wi 3 add.; div.; monogr.]
I-1
|