| 33366 |
drinkbak voor de koeien |
drinkbak:
dreŋk˱bak (P051p Lummen),
driŋk˱bak (P051p Lummen),
trog:
trōx (P051p Lummen)
|
Uit een aantal benamingen wordt niet duidelijk om welke soort van drinkbak het gaat: los of vast, ouderwets of modern. Andere benamingen geven aan uit welk materiaal de bak vervaardigd is. [L 38, 33; monogr.; add. uit N 5A, 37a; A 10, 10]
I-6
|
| 19575 |
drinkbeker |
jatte (fr.):
žat (P051p Lummen)
|
drinkbeker, aarden of stenen ~; inventarisatie benamingen; betekenis/uitspraak [N 20 (zj)]
III-2-1
|
| 20499 |
drinken |
drinken:
driŋkə (P051p Lummen)
|
drinken [ZND m]
III-2-3
|
| 34333 |
drinken bij de zeug |
zuiken:
zõ̜kǝ (P051p Lummen)
|
Het zuigen of drinken bij de zeug, gezegd van de big. [N 19, 21a]
I-12
|
| 19574 |
drinkglas |
glas:
glōͅ.s (P051p Lummen),
glōͅs (P051p Lummen),
pint:
pe.nt (P051p Lummen),
pent (P051p Lummen)
|
drinkglas [RND] || drinkglas zonder voet [N 20 (zj)] || glas [ZND 35 (1941)]
III-2-1
|
| 19562 |
drinkglas met voet |
kapper:
kāpər (P051p Lummen)
|
drinkglas met een voet (kapper, kopper(tje)) [N 20 (zj)]
III-2-1
|
| 20564 |
droesem |
zaksel:
verzamelfiche, ook mat. van ZND 1a-m
zaksel (P051p Lummen)
|
droesem [ZND 23 (1937)]
III-2-3
|
| 34236 |
droge koe |
muntige koe:
møntegǝ kōi̯j (P051p Lummen),
møntǝgǝ kǫj (P051p Lummen)
|
Koe die geen melk meer geeft maar toch niet drachtig is. [N 3A, 73]
I-11
|
| 33701 |
droge plekken in moeras |
horst:
hǫst (P051p Lummen)
|
Hoger gelegen, droge plekken in een moerasgebied. [N 27, 21a; R 3, 9]
I-8
|
| 25232 |
droog blijven |
t blijft over]:
wisselvallig
wessəlvàləx (P051p Lummen)
|
droog blijven hoewel er regen dreigt, gezegd van het weer [t weert heen [N 22 (1963)]
III-4-4
|