| 29133 |
onregelmatig spinnen |
toddelen:
todǝlǝ (L265p Meijel)
|
Met oneffenheden of ongelijk spinnen. [N 34, C3]
II-7
|
| 20922 |
onrijp |
groen:
eigen spellingsysteem
gruun (L265p Meijel, ...
L265p Meijel),
Nijmeegs (WBD)
grūūn (L265p Meijel),
oude spellingsysteem
grūūn (L265p Meijel)
|
Niet rijp, gezegd van een vrucht (groen, groenweg). [N 82 (1981)]
III-2-3
|
| 33535 |
onrijp, onvolgroeid |
groen:
eigen spellingsysteem
gruun (L265p Meijel, ...
L265p Meijel),
Nijmeegs (WBD)
grūūn (L265p Meijel),
oude spellingsysteem
grūūn (L265p Meijel),
niet volgroeid:
Nijmeegs (WBD)
nie vólgrèùjt (L265p Meijel)
|
Niet rijp, gezegd van een vrucht (groen, groenweg). [N 82 (1981)] || Onvolgroeid, gezegd van een vrucht (vernepen). [N 82 (1981)]
I-7
|
| 19279 |
onrustig persoon |
onrustige, een -:
onrestige (L265p Meijel),
rust-roest persoon:
rustroest persoon (L265p Meijel)
|
een onrustig persoon, persoon die geen rust heeft, altijd bezig is [roerwarmoes] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 18973 |
onschuldig |
onnozel:
onnozel (L265p Meijel),
onnuuzel (L265p Meijel),
onschuldig:
ónsjuldəch (L265p Meijel)
|
zonder besef van goed en kwaad [onschuldig, onnozel] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 18861 |
onstuimig |
hortig:
hortig (L265p Meijel),
kort aangezet:
kort aangezet (L265p Meijel)
|
moeilijk in toom te houden, driftig [wreed, onstuimig] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 25175 |
onstuimige lucht |
gore lucht:
’n goor loacht (L265p Meijel),
grillige lucht:
grellige lōcht (L265p Meijel),
wilde lucht:
e wildē lòcht (L265p Meijel)
|
onstuimige, woest bewolkte lucht [grellig] [N 22 (1963)]
III-4-4
|
| 21901 |
ontberen |
armoedezaaier (zn.):
érmoezèjjer (L265p Meijel),
niet hebben:
nĭĕ hébbə (L265p Meijel)
|
niet hebben waaraan men grote behoefte heeft, ontberen [derven] [N 89 (1982)]
III-3-1
|
| 20581 |
ontbijt |
boterhameten, het -:
s morgens
bótteram éétə (L265p Meijel),
eerste koffie, de -:
s morgens
erste koffie (L265p Meijel),
koffiedrinken, het -:
ontbijt
koffie drinkə (L265p Meijel)
|
maaltijden; Hoe noemt U: Namen voor de verschillende maaltijden, afhankelijk van de tijd van de dag, eventueel van het jaar [N 80 (1980)]
III-2-3
|
| 20814 |
ontbijtkoek, peperkoek |
peperkoek:
pepperkōēk (L265p Meijel)
|
peperkoek [N 29 (1967)]
III-2-3
|