| 22369 |
kaatsen (ballen) |
ballen:
balle (Q034p Merkelbeek)
|
Met een bal spelen [ballen, bollen, tossen]. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 24296 |
kadaver |
kadaver:
eigen spellingsysteem
kadaver (Q034p Merkelbeek),
kreng:
eigen spellingsysteem
kreng (Q034p Merkelbeek)
|
Hoe noemt u het lijk van een dier (kadaver, lijk, dood-beest) [N 83 (1981)]
III-4-2
|
| 21191 |
kade |
losplaats:
losplaats (Q034p Merkelbeek)
|
de walkant langs een vaarwater of haven waaraan de schepen kunnen aanleggen, laden en lossen [kade, kaai, ka, lossing] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 30247 |
kalf |
kalf:
kau̯f (Q034p Merkelbeek)
|
Jong rund, niet naar het geslacht onderscheiden. Zie afbeelding 3. Op de kaart is het woordtype kalf niet opgenomen. [N 3A, 15 en 20; JG 1a, 1b; Gwn V, 5, 5a en 5b; L 27, 56; R 12, 24; Wi 17; monogr.; add. uit N 3A, 4, 26a, 75a, 75b en 76; N C, 6, 7a, 7b, 8, 9a en 14b; A 9, 17a en17b; S 14]
I-11
|
| 34554 |
kalkoen |
kalkoen:
kalkun (Q034p Merkelbeek),
schroet:
šrūt (Q034p Merkelbeek)
|
Zie afbeelding 11. [R 14, 3; S 16; L 1a-m; L 1, 113; L 17, 11; L B2, 305; A 6, 3a; A 6, 3b; Vld.; monogr.]
I-12
|
| 18838 |
kalm, bedaard |
bedaard:
bedaard (Q034p Merkelbeek),
kalm:
kalm (Q034p Merkelbeek),
rustig:
röstig (Q034p Merkelbeek)
|
niet opgewonden, kwaad of zenuwachtig [bedaard, stil, kalm] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 24509 |
kamille (alg.) |
kamille:
-
kamille (Q034p Merkelbeek),
stinkende kamille:
Stinkende kamille (Anthemis cotula L.)
stinkende kamille (Q034p Merkelbeek),
valse kamille:
Valse kamille (Anthemis arvensis L.)
valse kamille (Q034p Merkelbeek)
|
kamille [DC 50 (1975)] || stinkende kamille [DC 50 (1975)] || valse kamille [DC 50 (1975)]
III-4-3
|
| 22336 |
kampen |
loten:
laote (Q034p Merkelbeek)
|
Uitmaken wie de winnaar is bij gelijke stand [kamp, kavalen, kanteren]. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 21173 |
kanaal |
vaart:
vaart (Q034p Merkelbeek)
|
een kunstmatige, gegraven, tamelijk brede waterweg (vaart, kanaal) [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 20599 |
kandeel |
slemp:
sjlump (Q034p Merkelbeek)
|
kandeel; Hoe noemt U: Warme drank bereid uit wijn (bier, melk) met eierdooiers, suiker en kaneel, al of niet met wittebrood (kandeel, zuipen) [N 80 (1980)]
III-2-3
|