e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Moelingen

Overzicht

Gevonden: 788
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
schuifgrendel sleup: sleup (Moelingen), slö.p (Moelingen) schuifgrendel [N 07 (1961)] III-2-1
schutter schutter: schöter (Moelingen), sjötər (Moelingen) schutter [RND] || Schutter. [Willems (1885)] III-3-2
schuur schuur: šȳr (Moelingen), šø̄r (Moelingen) Het apart staande of aan de stallen vastgebouwde bedrijfsgebouw, waarin de oogst geborgen wordt, ook dienend om in te dorsen en, vooral bij kleinere boerderijen, ook om landbouwwerktuigen te bergen. De voornaamste gelijkvloerse delen van de schuur zijn de dorsvloer en de tasruimte(n) naast de dorsvloer. Boven de dorsvloer bevindt zich veelal een balkenzolder. Zie afbeelding 12. [N 5A, 66a; JG 1a en 1b; A 11, 4; L 12, 1; S 32 en 50; Wi 15; Gi 2.I, 20; monogr.; add. uit N 5A, 71a en 71c] I-6
sering meibloem: -  meibloem (Moelingen, ... ), Komt voor in WLD III, Flora; daar ontbreekt het ZND materiaal; aan ZND 02 is hier toegevoed het materiaal van ZND 15 (1930), 022  meiblom (Moelingen) sering || Syringa vulgaris, Fr. Lilas [ZND 02 (1923)] I-7, III-4-3
servituut veldweg: ene veldwjeg (Moelingen) Hoe heet een weg, die vanaf de straat toegang geeft tot een akker, die anders niet zou te bereiken zijn? [ZND 37 (1941)] III-3-1
sijs sijs: sijs (Moelingen) sijs [Willems (1885)] III-4-1
sikkel zikkel: zikǝl (Moelingen) Werktuig in de vorm van een halve cirkel met een korte steel dat gebruikt wordt om gras en soms ook wel graan te maaien. In Noord Ned. Limburg is herhaaldelijk opgemerkt: "zelden in handen van boeren ... het is een typisch vrouwengereedschap" (L 270). [N 11, 88; N 18, 79; JG 1a, 1b, 2c; A 4, 28 en 28a; A 14, 7 en 11; A 23, 16.2; L 20, 28; L 42, 46; L 45, 11; Lu 1, 16.2; NE 2, 1; Wi 51; monogr.; add. uit N Q, 11c] I-5
sint-maarten sint-maarten: sint miërten (Moelingen) Sint-Maarten. [ZND 38 (1942)] III-3-2
slaan houwen: bōnt ɛn blaow gəhòwə (Moelingen), gR"n ɛn blaow gəhòwə (Moelingen), slaan: bōnt ɛn blaow gəslùəgə (Moelingen), gR"n ɛn blaow gəslùəgə (Moelingen) bont en blauw geslagen [RND] III-1-2
slak slak: slek (Moelingen) slak [Willems (1885)] III-4-2