| 24378 |
slang |
slang:
slang (Q199p Moelingen)
|
slang [Willems (1885)]
III-4-2
|
| 25152 |
slecht weer, hondenweer |
hondsweer:
hŏndswae:r (Q199p Moelingen)
|
slecht weer [hondewaer] [N 07 (1961)]
III-4-4
|
| 22344 |
slee |
ijsstoel:
enne iestool (Q199p Moelingen)
|
Een slede (waarmee de kinderen op het ijs rijden). [ZND 31 (1939)]
III-3-2
|
| 19374 |
sleutel |
sleutel:
sli̯øͅ.təl (Q199p Moelingen)
|
sleutel
III-2-1
|
| 22469 |
sliepuit |
{z. toel.}:
(uitlachen omdat hij niet weet)
/ (Q199p Moelingen)
|
uitsliepen: inventarisatie uitdrukkingen; betekenis/uitspraak [N 07 (1961)]
III-3-2
|
| 31284 |
smeden |
smeden:
smęjǝ (Q199p Moelingen)
|
In het algemeen de vorm van, doorgaans gloeiende, stukken metaal veranderen door ze met een hamer te bewerken. Bij het ɛuitsmedenɛ en ɛuithalenɛ wordt de lengte of de vorm van het stuk metaal groter, terwijl de dikte afneemt. Zie ook het lemma "uitsmeden van een splits" en het lemma "uittrekken, uithalen" in Wld II.3, pag. 140. Bij het (op)stuiken wordt de dikte van het metaal vergroot, terwijl de lengte afneemt. Tot het smeedwerk wordt ook het lassen gerekend. Zie ook de toelichting bij deze lemmata.' [N 33, 1c; Wi 39; S 33; monogr.]
II-11
|
| 27252 |
smid |
smid:
smęǝt (Q199p Moelingen
[(mv smē̜ǝ)]
)
|
In het algemeen een handwerksman die metaal, meestal ijzer, met behulp van hamers en andere gereedschappen bewerkt om er werktuigen of andere voorwerpen van te vervaardigen. Doorgaans wordt het metaal voor de verwerking in de smidsvuurhaard verhit en vervolgens op het aambeeld met behulp van smeedhamers in een bepaalde vorm gesmeed. Het woordtype vlammer (Q 113) is een afleiding van het werkwoord vlammen (vlɛmǝ) dat onder meer "slaan" kan betekenen. Vgl. ook RhWb II, kol. 548 s.v. Flammer, "Schmied".' [Wi 6; S 33; L 6, 78; L 8, 99; Weijnen BN 4, 6; N 33, 1a-b; monogr.]
II-11
|
| 25191 |
sneeuwx |
sneeuw:
snīē (Q199p Moelingen)
|
sneeuw [RND]
III-4-4
|
| 18134 |
snijwonde |
snit:
enne snjèd in de vinger (Q199p Moelingen)
|
snee in de vinger [N 07 (1961)]
III-1-2
|
| 18026 |
snotneus |
snotnaas:
snotnaas (Q199p Moelingen),
snotneus:
snotneus (Q199p Moelingen)
|
snotneus [snooterbel, sjoetsnaas] [N 06 (1960)]
III-1-4
|