| 21287 |
soldaat |
soldaat:
saldo:t (Q199p Moelingen)
|
soldaat [RND]
III-3-1
|
| 21289 |
soldaten |
soldaten:
suldo:tə (Q199p Moelingen)
|
soldaten [RND]
III-3-1
|
| 17694 |
speeksel uitspuwen |
spijen:
spijə (Q199p Moelingen)
|
(speeksel uit)spuwen [RND]
III-1-1
|
| 22384 |
speelkaart |
kaart:
kaart (Q199p Moelingen)
|
Kaart. [Willems (1885)]
III-3-2
|
| 22841 |
spel (alg.) |
spel:
spieul (Q199p Moelingen)
|
Spel. [Willems (1885)]
III-3-2
|
| 18390 |
speld |
spang:
spaŋ (Q199p Moelingen)
|
Puntig, van een kop voorzien metalen stiftje om iets in weefsel vast te steken of te bevestigen op of aan iets anders. [N 62, 50a; L 7, 20; L 14, 24; L B1, 73; R 14, 8a; MW; Wi 7; S 34; monogr.]
II-7
|
| 22383 |
spelen (alg.) |
spelen:
spieule (Q199p Moelingen)
|
Spelen. [Willems (1885)]
III-3-2
|
| 32981 |
spelt |
spelt:
spɛlt (Q199p Moelingen)
|
Triticum spelta L. Een soort van grove tarwe die ook op schrale grond gedijt. Het is in Limburg weinig bekend. De opgave spang, afkomstig uit het materiaal Willems, is hier wel opgegeven vanwege associatie met "speld". [Wi 52; monogr.; add. uit JG 1b; L 39, 15]
I-4
|
| 24247 |
sperwer |
sperwer:
spirbel (Q199p Moelingen)
|
sperwer [Willems (1885)]
III-4-1
|
| 33133 |
spikken |
spikken:
spikǝ (Q199p Moelingen)
|
Onder spikken (of het enkelvoud: spik) verstaat men doorgaans een verbijzondering van het begrip "graanafval", namelijk het (onvolgroeide) graan met het kaf er nog omheen, dat dus niet heeft losgelaten bij het dorsen. Deze spikken worden dan als varkensvoer gekookt. Zie ook de toelichting bij het lemma ''graanafval'' (6.1.30). [N 14, 35d; JG 1a, 1b; monogr.]
I-4
|