| 24379 |
spin |
spin:
spen (Q199p Moelingen),
speͅ‧n. (Q199p Moelingen),
špen (Q199p Moelingen)
|
spin [RND], [Willems (1885)]
III-4-2
|
| 20121 |
spinnen |
spinnen:
spenǝ (Q199p Moelingen)
|
De handeling die met behulp van een spinnewiel werd verricht. Vooral voor vlas en hennep was het raadzaam de spinvingers nat te houden tijdens het spinnen. Hiervoor had men een klein potje met water aan rokken of wiel hangen (Weyns, pag. 844-845). Soms werden daartoe ook wel kleine, twee-orige kruikjes van ongeveer 7 cm hoog gebruikt, gebakken onder andere te Raeren. [N 34, C; RND 3; Wi 27; S 34; monogr.]
II-7
|
| 24381 |
spinnenweb |
spinnenweb:
spɛnəwøp (Q199p Moelingen)
|
spinnenweb [RND]
III-4-2
|
| 32749 |
spitten |
graven:
grãvǝ (Q199p Moelingen)
|
In de tuin, op een zeer klein perceel of een moeilijk te ploegen hoek van een akker de grond met een spade - al dan niet in voren - uitsteken en omkeren. De simplicia spaden, graven e.d. zijn bij absoluut gebruik van toepassing op het spitwerk als zodanig. Meestal kunnen ze ook transitief gebruikt worden met het te bewerken stuk grond (de tuin e.d.) als object. [N 11, 65a; N 11A, 146a + b + c; N 11A, 50b add; RND 4 + 7 + 8 + 10, zin 4; A 33, 6 + 7 + 16 add.; L 7, 25; S 34; Lu 1, 1c; monogr.; div.]
I-1
|
| 34483 |
sporen van de haan |
hanensporen:
hānǝspǭrǝ (Q199p Moelingen)
|
Doornachtige hoornuitwas van de poten van de haan. [N 6, 3; L 7, 27b; monogr.]
I-12
|
| 24382 |
sprinkhaan |
sprinkhaan:
sprenkhaen (Q199p Moelingen)
|
sprinkhaan [Willems (1885)]
III-4-2
|
| 20125 |
staart |
staart:
sta.rt (Q199p Moelingen),
start (Q199p Moelingen, ...
Q199p Moelingen),
staartje:
sterteke (Q199p Moelingen),
stots:
štyts (Q199p Moelingen)
|
staart [ZND 07 (1924)] || staartje [ZND 38 (1942)] || Zie afbeelding 2.37. [JG 1a, 1b; RND 60]
I-9, III-4-2
|
| 21272 |
stad |
stad:
stat (Q199p Moelingen)
|
stad [RND]
III-3-1
|
| 28377 |
stal |
stal:
stã.l (Q199p Moelingen),
stā.l (Q199p Moelingen)
|
Een ruimte in het algemeen, die onderdak biedt aan vee. De benamingen kunnen zowel het gebouw, als de ruimte daarbinnen betreffen. Meestal wordt kortheidshalve van "de stal" gesproken, als men het veeverblijf en met name de koestal bedoelt. [JG 1a en 1b; Wi 11; S 50; L A1, 4; RND 97; monogr.; add. uit N 5A, passim]
I-6
|
| 22730 |
standbeeld |
standbeeld:
sta.ndbe.lt (Q199p Moelingen)
|
standbeeld [RND]
III-3-2
|