| 30798 |
halve huid |
helft:
hɛlf (L382p Montfort)
|
De helft (in de lengte) van een al dan niet gelooide huid. Zie afb. 1. [N 36, 3]
II-10
|
| 25225 |
halve maan, eerste kwartier |
eerste kwartier:
eeste kwarteer (L382p Montfort),
nieuw licht:
nuuj leeg (L382p Montfort),
nieuwe maan:
nuuj maon (L382p Montfort),
wassende maan:
wassende maon (L382p Montfort)
|
schijngestalte van de maan: eerste kwartier, halve maan [wassende maan, wassenaar] [N 81 (1980)]
III-4-4
|
| 25219 |
halve maan, laatste kwartier |
afgaande maan:
aafgaonde maon (L382p Montfort),
laatste kwartier:
laeste kwarteer (L382p Montfort),
lèste kerteer (L382p Montfort)
|
schijngestalte van de maan: laatste kwartier [afnemende, donkere maan] [N 81 (1980)]
III-4-4
|
| 25261 |
halve pint, kwart liter, maat |
schopje:
scheupke (L382p Montfort)
|
de maat die een inhoud aangeeft van 0,25 (=kwart) liter [kapper, halfje, schopje, dzozie, hoorn, neuker, neutel, bok, uppie, bak] [N 91 (1982)]
III-4-4
|
| 30799 |
halve rug |
dosset:
dosɛt (L382p Montfort)
|
Het gedeelte van de huid dat de rug bedekt, in de lengte gehalveerd. Zie afb. 1. [N 36, 6b]
II-10
|
| 29826 |
halve steen |
halve brik:
halǝvǝ brek (L382p Montfort)
|
Een in de breedterichting doormidden geslagen metselsteen of een baksteen van dit formaat die machinaal is vervaardigd. Zie ook de toelichting bij het lemma ɛdrieklezoorɛ.' [N 31, 19a; monogr.]
II-8
|
| 23759 |
halve zondag |
halve zondag:
halve zondaag (L382p Montfort),
zondag met een zwart hemd:
de witte overhemden werden niet gewassen voor zon zondag en konden dus vuil zien
zòndig mit e zwart haemp (L382p Montfort)
|
Een "halve zondag", een feestdag zonder mis, bijvoorbeeld Koninginnedag (planken zondag). [N 96C (1989)]
III-3-3
|
| 20820 |
ham, hesp |
schonk:
sjonk (L382p Montfort)
|
ham [SGV (1914)]
III-2-3
|
| 23461 |
hamer van de klepklok |
trumphamer:
trumphamer (L382p Montfort)
|
De hamer van een klepklok [trumphamer?]. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 31203 |
hamer voor kapwerk |
kaphamer:
kaphāmǝr (L382p Montfort)
|
Hamer die door de smid gebruikt wordt om ovenstenen uit te kappen en in te passen. Zie ook het lemma "kaphamer" in Wld ii.9 en de daarbij behorende afbeelding 8. [N 33, 63]
II-11
|