| 19439 |
mangel, wringer |
mangel:
mangel (L382p Montfort),
wringer:
vr‧eŋər (L382p Montfort),
wringer (L382p Montfort)
|
De was glad maken d.m.v. een mangel (mangelen, wringen) [N 79 (1979)] || Toestel met tegen elkaar draaiende cilinders om gewassen linnengoed glad te maken (mangel, wringer) [N 79 (1979)]
III-2-1
|
| 18924 |
manier |
goesting:
goesting (L382p Montfort),
manier:
maneer (L382p Montfort),
manier van doen:
məneer van doon (L382p Montfort)
|
de wijze waarop men iets doet of waarop iets verricht kan worden [benier, gunstig, manier, gedwasje] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 18148 |
manken |
hompelen:
hompelen (L382p Montfort)
|
Gebrekkig lopen door bijv. ongelijke lengte van de benen (honkelen, lammen, knakken). [N 84 (1981)]
III-1-2
|
| 17984 |
mankeren |
(iets) hebben:
huibbə (L382p Montfort),
mankeren:
mankeere (L382p Montfort),
mankeerə (L382p Montfort),
mankeren (L382p Montfort),
schelen:
schēle (L382p Montfort)
|
mankeren [SGV (1914)] || Mankeren: mankeren, schelen (schelen, mankeren, het hebben). [N 84 (1981)] || schelen, mankeren [SGV (1914)]
III-1-2
|
| 34051 |
mannelijk kalf |
stierkalf:
stīr[kalf] (L382p Montfort),
var:
vɛr (L382p Montfort)
|
[N 3A, 15; N C, 7a; JG 1a, 1b; A 9, 17a; Gwn V, 5a; monogr.]
I-11
|
| 34052 |
mannelijk kalf dat van tanden begint te wisselen |
mennes:
mɛnǝs (L382p Montfort)
|
Algemeen kan men zeggen dat het hier gaat om een kalf van ongeveer één jaar oud. [N 3A, 16; add. uit N 3A, 15]
I-11
|
| 34476 |
mannelijk kuiken |
haantje:
hē̜nkǝ (L382p Montfort)
|
[N 19, 41b; L A2, 507]
I-12
|
| 24369 |
mannelijk ree |
bok:
bòk (L382p Montfort),
reebok:
reebok (L382p Montfort)
|
Ree, mannetjesree [N 94 (1983)]
III-4-2
|
| 34393 |
mannelijk schaap |
bok:
bok (L382p Montfort)
|
Het mannelijk schaap in het algemeen. Varianten van het woordtype hamel die voor "mannelijk schaap" zijn opgegeven, zijn naar het lemma ''gesneden mannelijk schaap'' (2.2.5) overgeheveld. [L 5, 30b; L 20, 22a; L 39, 44; L 6, 25; L B2, 319; JG 1a, 1b, 1c, 2c; A 2, 46; A 4, 22a; Wi 12; AGV, m 3; R 3, 34; VLD; S, Q 105 add.; monogr.]
I-12
|
| 21918 |
mannelijke duif |
hoorn:
haoren (L382p Montfort)
|
Mannetjesduif. [SGV (1914)]
III-3-2
|