| 24335 |
mestkever |
mestkever:
mèskɛver (L382p Montfort),
strontvlieg:
strontj vleeg (L382p Montfort),
WLD
stróntjvleeg (L382p Montfort)
|
Hoe noemt u de mestkever: een soort kever, groot blauwachtig glanzend, die in mest of van mest leeft (stronthommel, pekbeest, strontbeest, strontmulder) [N 83 (1981)] || mestkever [Roukens 03 (1937)]
III-4-2
|
| 33408 |
mestplank onder de zitstokken |
mestplank:
męsplaŋk (L382p Montfort)
|
De plank onder de zitplaats van de kippen die dient om de mest op te vangen. In L 245, P 51,174, 222, Q 9, 77, 88, 93 en 118 kende men een dergelijke voorziening niet; daar vielen de uitwerpselen gewoon op de vloer. [N 5A, 63b; A 48, 16g]
I-6
|
| 33622 |
mestvaalt |
mesthof:
aan ZND 01 is hier toegevoed het materiaal van ZND 31 (1939), 019
meisthauf (L382p Montfort),
mesthoof (L382p Montfort),
mesthoop:
mèsthoup (L382p Montfort)
|
[SGV (1914)]hoop droge mest,die bij of op de gierput wordt opgestapeld [DC 18 (1950)] || mesthoop bij de boerderij [DC 09 (1940)]
I-7
|
| 23632 |
met de collecteschaal rondgaan |
collecteren (<fr.):
kollektere (L382p Montfort),
met open schaal:
mit aope sjaol (L382p Montfort)
|
Collecteren met de open schaal, met de schaal rondgaan. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 34453 |
met de horens stoten, gezegd van de bok |
stoten:
stōtǝ (L382p Montfort)
|
[N 19, 75]
I-12
|
| 22579 |
met de palmpaas rondlopen |
paasbrood:
paosbraod (L382p Montfort)
|
Op de morgen van Palmzondag (s zondags vóór Pasen) rondlopen met een versierde stok, waarop een voorwerp van brood is bevestigd. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 33863 |
met de poten dicht bijeen staan |
(te) eng staan:
eŋ štǭn (L382p Montfort)
|
[N 8, 78a en 78b]
I-9
|
| 33862 |
met de poten te ver uit elkaar staan |
(te) ruim staan:
rym štǭn (L382p Montfort)
|
[N 8, 78b]
I-9
|
| 22341 |
met de vlakke hand op iemands rug slaan |
klatsen:
klatsen (L382p Montfort)
|
Met de vlakke hand op iemands rug slaan [batsen, doezen]. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 33855 |
met de voorpoten harkend over de grond krabben |
dabben:
dabǝ (L382p Montfort)
|
Met de hoeven in de aarde krabben of wroeten. [JG 1a; N 8, 74]
I-9
|