| 32038 |
zwaluwstaartverbinding |
zwalgenstaart:
zwalgǝstɛrt (L382p Montfort)
|
In het algemeen een verbinding waarbij een soort pen, uitgesneden in de vorm van een zwaluwstaart aan het einde van het ene stuk hout, wordt gevoegd in een inkeping van dezelfde vorm aan het einde van het andere stuk. Zie ook afb. 133. [N 54, 55a; A 18, 39e; monogr.]
II-12
|
| 24855 |
zwaluwtong |
wilde boekweit:
WLD
wilje bookendj (L382p Montfort),
winde:
-
winj (L382p Montfort)
|
zwaluwtong [DC 60a (1985)] || Zwaluwtong (polygonum convolvulus). Tot meer dan 1 m lange klimplant; de stengels zijn windend, dun en ruw; de bladeren zijn pijlvormig en driehoekig; de bloemen groeien in trosjes in de bladoksels, het bloemdek is driekantig met een smalgevleugelde slip; [N 92 (1982)]
III-4-3
|
| 24592 |
zwanebloem |
robbendoep:
eigen spelling
robbedoep (L382p Montfort),
waterlelie:
eigen spelling
waterlelie (L382p Montfort),
waterlis:
WLD
water lis (L382p Montfort)
|
Zwanebloem (butomus umbellatus een 100 tot 150 cm hoge plant. De stengels zijn rond; de bladeren groeien rechtop, ze zijn lijnvormig en driekantig; de bloemen groeien in een scherm en zijn witachtig tot bruinroze van kleur, tevens donkerder geaderd. Blo [N 92 (1982)]
III-4-3
|
| 34036 |
zwartbonte koe |
zwartbont (bijvgl. nmw.):
zwartbǫntj (L382p Montfort)
|
Zie voor de fonetische documentatie van (koe) het lemma ''koe'' (3.3.1). [N 3A, 126]
I-11
|
| 34037 |
zwartbonte koe met scherp gescheiden witte en zwarte banen |
lakenvelder:
lākǝvɛldǝr (L382p Montfort)
|
[N 3A, 127]
I-11
|
| 24345 |
zwarte bladluis |
meelde:
mee:lj (L382p Montfort),
Veldeke
meelje (L382p Montfort)
|
bladluis (zoals bijv. de zwarte tuinbonenluis) [himmelzoad, meelow, melde, smeelje] [N 26 (1964)] || luis, bladluis
III-4-2
|
| 34039 |
zwarte koe |
zwartbont (bijvgl. nmw.):
zwartbǫntj (L382p Montfort)
|
Zie voor de fonetische documentatie van (koe) het lemma ''koe'' (3.3.1). [N 3A, 129]
I-11
|
| 34040 |
zwarte koe met geheel witte kop |
witkop:
wetkǫp (L382p Montfort)
|
[N 3A, 130a]
I-11
|
| 34041 |
zwarte koe met witte kop en zwarte vlekken om de ogen |
zwartblaar:
zwartblǭr (L382p Montfort)
|
[N 3A, 130b]
I-11
|
| 24286 |
zwarte kraai, kraai |
kaak:
kaak (L382p Montfort, ...
L382p Montfort,
L382p Montfort),
kraai:
krej (L382p Montfort)
|
Hoe heet de zwarte kraai? [DC 06 (1938)] || kraai [SGV (1914)]
III-4-1
|