e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
ijsbaan slip: schliep (Montzen, ... ), sjliep (Montzen), slipbaan: schliepbaan (Montzen), schlipbān (Montzen), sjliepbaan (Montzen) Een slierbaan (glijbaan op het ijs). [ZND 06 (1924)] III-3-2
ijsheiligen ijsheiligen: īsheləgə (Montzen) 12-14 mei, de ijsheiligen [ieshillieje]. [N 96C (1989)] III-3-3
ijsschots schol: ṣol (Montzen) schol (ijs) [ZND m] III-4-4
ijzeren gaffel, oogstgaffel gaffel: ga.fǝl (Montzen) Twee- of drietandige ijzeren vork, met lange, enigszins gebogen tanden en een lange houten steel, gebruikt om hooi of korenschoven op te steken en op de wagen te laden. Zie afbeelding 10, b. Voor het voorkomen van de term riek en van varianten van het type gāfel, zie de toelichting bij het lemma ''houten gaffel''. Voor de fonetische documentatie van het woorddel (hooi) zie het lemma ''hooi''.' [N 18, 27; JG 1a, 1b; A 28, 2; L 1 a-m; L 16, 18a; L B2, 241; Lu 6, 2; S 9; Wi 3; Av 1 III 5a, b; monogr.] I-3
ijzertje onder een schoen ijzertje: Geen bijzondere benaming.  īzərkərə (Montzen) Deze ijzertjes (tip?) [N 60 (1973)] III-1-3
in beweging komen aanvangen zich te bewegen: āvaŋø zich te bewege (Montzen), op gang komen: op gank kome (Montzen) In beweging komen (op gang komen, (zich) roeren, bewegen) [N 108 (2001)] III-1-2
in de lucht naaien vrij naaien: vrej niǝnǝ (Montzen) Zonder de steun van de knieën naaien. Dit is slecht voor lendenen en rug. [N 59, 71b] II-7
in de moestuin werken gardenieren: gardeneere (Montzen) [N P (1966)] I-7
in de rug slaan (met de vuist) met de vuist in de rug houwen: met de vūs e gənə røk howə (Montzen) Met de vuist in de rug slaan (doffen, dompen, stompen, stoten, sjtokken) [N 108 (2001)] III-1-2
in stof geplaatste zak ingezette tas: met v-tje op de a van zat  ən ɛ̄gəzatə [tɛ̄jš (Montzen) een in de stof geplaatste zak [N 59 (1973)] III-1-3