e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

Gevonden: 3044

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
bal bal: bâ.l (Montzen), bāl (Montzen) Bal. [ZND m] || De welving van de voet achter de tenen. [N 60, 167a] II-10, III-3-2
bal [wld ii.10, p. 7] bal: bāl (Montzen) De welving van de voet achter de tenen (bal?) [N 60 (1973)] III-1-3
baldakijn hemel: heməl (Montzen) De rechthoekige troonhemel waaronder het H. Sacrament wordt rondgedragen in de processie [Hemel, balkon, draaghemel, himmel]. [N 96C (1989)] III-3-3
balk balk: balǝk (Montzen) De grote balk waaraan de hefboom hangt. [N 57A, 4.4; N 57, 9 add.] II-2
balletje bij het bikkelen bal: baal (Montzen), huif: huuf (Montzen) Het balletje of de knikker. [N R (1968)] III-3-2
bandelier van de suisse schouderband: schowərbānt (Montzen), schouderriem: schowərēm (Montzen) De bandelier van de suisse waarop de woorden: Eerbied in Gods huis. [N 96B (1989)] III-3-3
bandje om de kraag vast te zetten losse pat (<fr.): də lōs pat (Montzen), pat (<fr.): pat (Montzen) het bandje op de kraag dat diende om deze eventueel vast te zetten (lummel?) [N 59 (1973)] III-1-3
bandje over de mouw aan de onderkant pat (<fr.): cfr. WNT: pat (I) [van fr. patte], bet. 2): oneig., als kleermakersterm; ook in den verkl. patje. Een korte strook of lap die met het eene uiteinde aan een deel van het kledingstuk is bevestigd en aan het andere uiteinde door middel van een knoop wordt vastgemaakt.  pat (Montzen) een bandje over de mouw aan de onderkant (pat?) [N 59 (1973)] III-1-3
bang bang: bang (Montzen) bang [ZND m] III-1-4
bangerik banges: banges (Montzen), bangəsj (Montzen), baŋes (Montzen), boksendrieter: (gemeen).  booksedrieter (Montzen) bangerik [schiethoes] [N 07 (1961)] || Bloodaard, bangerik, enz. [ZND 05 (1924)] III-1-4