| 34652 |
barouche |
barouche:
barøts (Q253p Montzen)
|
Vierwielig rijtuig voor vier personen, die per twee tegeonver elkaar zitten, met twee deurtjes en met alleen een achterkap. De koetsier heeft een aparte bok. [N 101, 14; monogr]
I-13
|
| 18173 |
barrevoets |
barvoets:
bervəs (Q253p Montzen),
bèrves (Q253p Montzen),
op barrevoetse voeten:
op bɛrəvəsə vy:t (Q253p Montzen)
|
barrevoets [ZND 19 (1936)], [ZND m] || blootvoets [RND]
III-1-3
|
| 23344 |
basiliek |
basiliek (<lat.):
de bazilik (Q253p Montzen)
|
Een basiliek. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 19730 |
bed |
bed:
be.t (Q253p Montzen),
beͅt (Q253p Montzen),
bedsponde:
bedsponde (Q253p Montzen)
|
bed [RND] || sponde (+ betekenis (bed, of gedeelte daarvan) [ZND 07 (1924)]
III-2-1
|
| 19487 |
beddenbak, ressortbak |
bedstad:
bētštat (Q253p Montzen),
beͅtštat (Q253p Montzen)
|
Houten gedeelte van een bed (Nederl. ledikant; Fr. bois du lit) [ZND 02 (1923)]
III-2-1
|
| 19754 |
beddenlaken |
laken:
la͂.kə (Q253p Montzen)
|
Een laken (op een bed) [ZND 34 (1940)]
III-2-1
|
| 21546 |
bedelen |
bedelen:
będǝlǝ (Q253p Montzen)
|
Het vragen van een moerloze zwerm om een plaats bij een naburig volk. Wanneer een zwerm moerloos blijft, is hij praktisch ten dode opgeschreven. Eén van de mogelijkheden tot overleven is een plaats te vragen bij een andere zwerm. Eeckhout (pag. 129) zegt dat haar informanten het begrip bedelen bij bijen als onbestaand beschouwen. Dit verschijnsel noemen zij roven. [N 63, 61b]
II-6
|
| 24085 |
bedelmonnik |
bedelbroeder:
ənə bɛdəlbrōdər (Q253p Montzen)
|
Een bedelmonnik [sopbroêder]. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 24087 |
bedelpater |
bedelpater:
ənə bɛdəlpātər (Q253p Montzen)
|
Een pater van een van de bedelorden. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 23197 |
bedevaart |
bidweg:
betwɛ̄ch (Q253p Montzen),
bidwééch (Q253p Montzen)
|
Bedevaart doen [ne gank doon]. [N 06 (1960)] || Een bedevaart, pelgrimstocht, pelgrimage [beevaart, bèèvert, bidvaart, beeweg, beevaart, begankenis]. [N 96C (1989)]
III-3-3
|