| 28929 |
aanmeten |
de maat krijgen:
dǝ mǭt kręjǝ (Q253p Montzen)
|
Het nemen van de voor een kledingstuk vereiste maten. Bij de heren neemt men de maat van de rughoogte, taillelengte, gehele lengte van het kledingstuk, (halve) rugbreedte, ellebooglengte, mouwlengte, borstbreedte, bovenwijdte, taillewijdte, zitwijdte, armsgatdiepte, verhoudingsmaat, schouderhoogte, korte schouderhoogte, avancement, buikvoorsprong, lendebreedte; opening, lengte en zijlengte van het vest; knielengte, zijlengte, tussenbeenlengste, bandwijdte, zitwijdte, kniewijdte en voetwijdte van de broek (Papenhuyzen II, pag. 5 e.v.). Bij de dames neemt men de maat van de rughoogte, taillelengte, gehele lengte (halve) rugbreedte, ellebooglengte, mouwlengte, borstbreedte, eerste bovenwijdte, tweede bovenwijdte, taillewijdte, heupwijdte, armsgatdiepte, bustehoogte, verhoudingsmaat, voorlengte tot de rughoogtelijn, voorlengte tot de taillelijn, schouderhoogte, avancement, achterlengte, zijlengte, voorlengte, taillewijdte, heupwijdte en onderwijdte van de rok (Papenhuyzen I, pag. 6 e.v.). Zie voor het aanmeten o.a. afb. 23. [N 59, 43; N 62, 2a]
II-7
|
| 18495 |
aanslag [wld ii.10, p. 35-36] |
(brug):
N60,165 onbestaand. Wel wordt een stuk zeer hard leer of metaal in de hak ingewerkt. Dat stuk gaat tot aan de bal en dient om de schoen zijn stevigheid te geven. Het is: de brök.
[brøk} (Q253p Montzen)
|
Een verlengstuk aan de zool dat onder de hak komt te zitten en voordeligheidshalve door de schoenmaker gebruikt wordt (aanslag, lengstuk, lengsel?) [N 60 (1973)]
III-1-3
|
| 23968 |
aanstoot |
aanstoot:
āsjtuət (Q253p Montzen)
|
Ergernis, aanstoot [aring]. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 28519 |
aanvliegen |
neerkomen:
nērkǭmǝ (Q253p Montzen),
vallen:
valǝ (Q253p Montzen)
|
Het zich neerzetten van de zwerm, nadat hij enige tijd gezwermd heeft. [N 63, 34a; N 63, 35]
II-6
|
| 33159 |
aardappel |
aardappel:
ē̜tapǝl (Q253p Montzen),
crompîre:
krō.mpī.r (Q253p Montzen)
|
Solanum tuberosum L. De algemene benaming voor het gewas en het produkt. Voor het lemma Aardappel is, naast de vragenlijsten voor het enkelvoud, ook gebruik gemaakt van opgaven voor het meervoud en voor samenstellingen. Voor vormen als jappel, jarpel, jatappel, ja(r)dappel is geen afzonderlijk type geconstrueerd. Ze zijn ondergebracht bij het type aardappel. Elper is opgevat als een metathesis-vorm van de variant erpel; en zo is ook jalper een metathesis van jarpel, zoals kelver voorkomt naast kervel en zulker naast zurkel. Indien niet uitdrukkelijk aangegeven, is het voor de varianten van de typen crompîre en grompeer niet uit de opgaven zelf op te maken of deze eind- dan wel begin-accent hebben. Volgorde in het type aardappel (V staat voor een klinker): 1. -rdVp- (-rtVp-) 2. -dVp- (tVp-) 3. -rVp- 4. -rp- (-rǝp-) 5. -p-. [N 12, 1-4; JG 1a, 1b, 1c, 2c; A 20, 1a; A 23, 17; L 1, a-m; L 1 u, 120; L B2, 354; L 2, 14; L 32, 4; L 34, 8; L 35, 77; L 43, 8; Lu 1, 17; R 3, 27; S 1; Gwn 9, 1; monogr.; add. uit N 18, 64; N M, 15-18; A 21, 1f]
I-5
|
| 33482 |
aardbei |
elber:
ɛlbər (Q253p Montzen),
erbel:
ēͅrbəl (Q253p Montzen, ...
Q253p Montzen)
|
[DC GV (1935) M] [ZND 19A (1936)]
I-7
|
| 17653 |
aars |
aars:
â.š (Q253p Montzen)
|
aars [ZND m]
III-1-1
|
| 24073 |
aartsbisschop |
aartsbisschop:
ənə ɛrtsbøjsəf (Q253p Montzen)
|
Een aartsbisschop [ärtsbiskop]. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 23897 |
aartsengel |
aartsengel:
ənə ɛrtseŋəl (Q253p Montzen)
|
Een aartsengel (zoals Gabriël, Michaël, Rafaël). [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 22741 |
aas in het kaartspel |
aas:
ha.tən ōͅ:s (Q253p Montzen),
ōͅs (Q253p Montzen),
rûten ōs (Q253p Montzen),
schöpen ōs (Q253p Montzen, ...
Q253p Montzen),
schöppen os (Q253p Montzen, ...
Q253p Montzen),
schöppenòòs (Q253p Montzen, ...
Q253p Montzen),
sjəpə ōs (Q253p Montzen, ...
Q253p Montzen),
aast:
als alternmatief voor os
ōͅster (Q253p Montzen)
|
Aas: harten aas (in het kaartspel). [ZND 19A (1936)] || Aas: ruiten aas (kaartspel). [ZND 06 (1924)] || Aas: schoppen aas (kaartspel). [ZND 06 (1924)] || Ik heb de vier azen. [ZND 19A (1936)] || Schoppen: schoppen aas (kaartspel). [ZND 06 (1924)]
III-3-2
|