e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
priesterkoor koor: der koeër (Montzen) Het achter de communiebanken gelegen, verhoogde voorste deel van de kerk, waar het hoofdaltaar en de koorbanken zich bevinden [koor, koeër, hoogkoor, priesterkoor?]. [N 96A (1989)] III-3-3
priesterwijding wijding: də wioŋ (Montzen) De Priesterwijding. [N 96D (1989)] III-3-3
prijzen (mv.) prijzen: pri:zə (Montzen) prijzen (mv.) [RND] III-3-2
prikkeldraad stacheldraad: štaxǝldroǝt (Montzen), štaxǝldrāt (Montzen) Twee- of driedraads gevlochten ijzerdraad van scherpe punten voorzien waarmee men een weide of een stuk grond afspant. [N M, 6b; N M, 6a; L 40, 73; JG 1b; L 32, 45 add.; Vld.; Gwn 16, 11; A 25, 4f; A 25, 8 add.; monogr.] I-8
priktol karnool: karnool (Montzen, ... ), kornó:l (Montzen), 21, 22  koͅrnōl (Montzen, ... ) Gewone tol (die met een koord wordt geslingerd). [ZND 01u (1924)] || Priktol (= werptol: door middel van een erom gewonden touw werpt men hem draaiend op de grond). [ZND 16 (1934)] || Tol. [ZND m] || Wurfkreisel. III-3-2
proces-verbaal proces (<fr./lat.): doe kriechst ə prosēs (Montzen), protocol: dôn krĭz e prŏtekál (Montzen) Proces-verbaal. [ZND 05 (1924)] III-3-1
processie bronk: brōŋk (Montzen) De processie [bronk, persessie, protsessioën]. [N 96C (1989)] III-3-3
processie door het veld bidbronk: betbrōŋk (Montzen) Een processie door het veld, bedeweg, bidweg. [N 96C (1989)] III-3-3
processiepaaltjes rijzen: ?  rīzər (Montzen) De paaltjes die de route aangeven waarlangs de processie trekt [bronkpäöl]. [N 96C (1989)] III-3-3
processiepaaltjes in de grond slaan vanenstekken planten: ?  vānəsjtɛkə plāntə (Montzen) Processiepaaltjes in de grond slaan [pöälchere zetse]. [N 96C (1989)] III-3-3