e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
sacramentsweek sacramentsweek: də sakrəmɛ̄ntswɛək (Montzen) Een sacramentenweek (iedere dag wordt een ander sacrament behandeld en daarbij passende geestelijke oefeningen gehouden]. [N 96B (1989)] III-3-3
sacristie sacristie: de sakrestej (Montzen) Het tegen de kerk aangebouwde vertrek of gebouwtje, waar de priester en de dienaren zich voor de dienst gereedmaken [gerfkamer, sakristij, sacristie?]. [N 96A (1989)] III-3-3
salpeter salpeter: salpētǝr (Montzen) Chemische stof waarmee bijen bedwelmd worden. [N 63, 77d, N 63, 77c; N 63, 77b; JG 1b] II-6
salpeterlap lap: lap (Montzen), lommel: lomǝl (Montzen), noddel: nodǝl (Montzen) Lap gedrenkt in een waterige oplossing van salpeter of nitraatzout. Hiermee bedwelmt men tijdelijk de bijen, zodat men bepaalde handelingen kan verrichten zonder gestoken te worden. Volgens de informant uit L 330 wordt deze lap daar en in de omgeving reeds lang niet meer gebruikt. In plaats van een lap of vod gebruikt men ook een kaart of papier. [N 63, 77b] II-6
samenspannen tesamenhouden: di twâj hauwen tezāmə (Montzen) Die twee heulen samen (spannen samen tegen de anderen) [ZND 26 (1937)] III-3-1
sanctus sanctus (lat.): dər saŋktus (Montzen) Het (vaste) misgezang dat op de prefatie volgt, het sanctus. [N 96B (1989)] III-3-3
sap broei: brø̄ (Montzen) De vloeistof die na het zeven overblijft. [N 57, 23a; monogr.] II-2
saus saus: saos (Montzen) saus [RND] III-2-3
savooiekool savooi: savoje (Montzen), savooi (Montzen), savooie: savooi (Montzen) [N Q (1966)] [ZND m]savooie kool als gerecht [N Q (1966)] I-7, III-2-3
scapulier scapulier: schabeleer (Montzen, ... ), schabelé:r (Montzen), sjaabəleer (Montzen), sjapelier (Montzen), ət sjabəlēr (Montzen) Een scapulier of skapulier: lapjes gewijde stof, door linten of band met elkaar verbonden en (door leken) onder de kleding op borst en rug gedragen [schabbelier, sjabbeleer?]. [N 96B (1989)] || Scapulier (schouderkleed) [skabbeleer]. [N 07 (1961)] || Schapulier. [ZND 06 (1924)] III-3-3