| 21370 |
schuld |
schuld:
šot (Q253p Montzen)
|
schuld [ZND m]
III-3-1
|
| 30719 |
schuren |
gladschuren:
glatšūrǝ (Q253p Montzen),
schuren:
šūrǝ (Q253p Montzen)
|
Het leer met schuurpapier of iets dergelijks gladmaken. [N 60, 120b; N 60, 242]
II-10
|
| 22824 |
schutter |
schuts:
sjøts (Q253p Montzen)
|
schutter [RND]
III-3-2
|
| 19935 |
schuur |
schuur:
š˙ȳr (Q253p Montzen)
|
Het apart staande of aan de stallen vastgebouwde bedrijfsgebouw, waarin de oogst geborgen wordt, ook dienend om in te dorsen en, vooral bij kleinere boerderijen, ook om landbouwwerktuigen te bergen. De voornaamste gelijkvloerse delen van de schuur zijn de dorsvloer en de tasruimte(n) naast de dorsvloer. Boven de dorsvloer bevindt zich veelal een balkenzolder. Zie afbeelding 12. [N 5A, 66a; JG 1a en 1b; A 11, 4; L 12, 1; S 32 en 50; Wi 15; Gi 2.I, 20; monogr.; add. uit N 5A, 71a en 71c]
I-6
|
| 19869 |
schuurmiddel |
schuurklei:
šūrklɛ̄j (Q253p Montzen)
|
Het schuurmiddel waarmee men de ketel nawreef totdat hij blonk. De meeste invullers gaven als schuurmiddel klei en leem op, maar ook andere middelen werden toegepast. Zo vermeldt de zegsman uit L 374 dat hij "drijszand" gebruikte, fijn metselzand, om de ketel te schuren, terwijl de respondent uit Q 247a "rijnzand" en "klompen" als schuurmiddel kende. De invuller uit Q 196a maakte zijn ketel schoon met zand en een "brik", een uit zachte veldbrandsteen vervaardigde baksteen. In L 379 en L 381b gebruikte men de as die bij het stroopstoken overbleef, om de ketel te schuren. [N 57, 39d]
II-2
|
| 30685 |
schuurpapier |
zandpapier:
zantpapīr (Q253p Montzen)
|
Het sterke papier met grof oppervlak waarmee men het leeroppervlak gladmaakt. [N 60, 120a]
II-10
|
| 24035 |
seminarie |
seminaar:
ət seminɛɛr (Q253p Montzen)
|
Het seminarie. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 19778 |
sering |
groffelsnagel:
4x
groffe(l)(s)nagel (Q253p Montzen),
Komt voor in WLD III, Flora; daar ontbreekt het ZND materiaal; aan ZND 02 is hier toegevoed het materiaal van ZND 15 (1930), 022
groffelsnegel (Q253p Montzen),
lilasbloem:
-
lilasbloem (Q253p Montzen),
Komt voor in WLD III, Flora; daar ontbreekt het ZND materiaal; aan ZND 02 is hier toegevoed het materiaal van ZND 15 (1930), 022
lilabloom (Q253p Montzen)
|
sering || Syringa vulgaris, Fr. Lilas [ZND 02 (1923)]
I-7, III-4-3
|
| 19866 |
servet |
serviette:
seͅrvi̯eͅt (Q253p Montzen)
|
servet [ZND m]
III-2-1
|
| 30932 |
sierrozet |
rozet:
rozɛt (Q253p Montzen)
|
Een roosvormige versiering. [N 60, 34a]
II-10
|