| 25866 |
stookloon |
prijs voor het maken:
prīs vør ǝt mākǝ (Q253p Montzen)
|
Het loon dat de stroopstoker ontvangt voor het stroopstoken. [N 57, 3b]
II-2
|
| 25484 |
stookplaats |
kuil:
kul (Q253p Montzen)
|
De stookplaats onder de ketel in de grond. Zie afb. 16. [N 57, 8a]
II-2
|
| 28911 |
stoomstrijkijzer |
strijkijzer met damp:
štrīkīzǝr męt damp (Q253p Montzen)
|
Strijkijzer met water erin dat tijdens het strijken verdampt tot stoom die uit openingen in de zoolplaat komt, om het strijkgoed te bevochtigen. [N 59, 21d; N 59, 20]
II-7
|
| 33103 |
stoppels |
stoppelen:
štǫpǝlǝ (Q253p Montzen)
|
De stompjes halm die na het maaien op het veld overblijven en later worden ondergeploegd. Opvallend polymorfe meervoudsvorming. [N 6, 7; N 15, 52; JG 1a, 1b; L 7, 53; L 15, 23; Wi 51; monogr.]
I-4
|
| 25173 |
stormx |
storm:
štø.rəm (Q253p Montzen),
štø̄rəm (Q253p Montzen)
|
storm [ZND m]
III-4-4
|
| 17901 |
stoten |
stoten:
schtuete (Q253p Montzen, ...
Q253p Montzen),
sjtoowətə (Q253p Montzen),
stoete (Q253p Montzen)
|
stoten, stuiken [ZND 07 (1924)]
III-1-2
|
| 22870 |
strafschop |
penalty (eng.):
Karte 171.
penalty/penanty (Q253p Montzen)
|
Elfmeter (im Fussballspiel).
III-3-2
|
| 34263 |
stremsel |
vangsel:
vɛŋsǝl (Q253p Montzen)
|
Het zuur dat bij de melk wordt gevoegd om het te laten stollen. [A 7, 26; N 3E (II]
I-11
|
| 18776 |
streng |
lood:
luwǝt (Q253p Montzen),
strang:
štrā.ŋk (Q253p Montzen),
streng:
štrɛŋ (Q253p Montzen)
|
Een streng garen, een gewonden en veelal ineengedraaide bundel waarin garen in de handel komt. De woordtypen lood, half lood, loodje en onsje duiden op een bepaalde hoeveelheid gewicht garen. [N 62, 56c; L 7, 58; L 28, 14; Gi 1.IV, 25; MW; S 36; monogr.]
II-7
|
| 18777 |
streng garen [cf. wld ii.7: 24-25] |
lood:
breigaren
ə loewət gaan (Q253p Montzen),
strang:
strâŋk (Q253p Montzen),
štrâ.ŋk (Q253p Montzen),
mannelijk
štrânk (Q253p Montzen),
streng:
naai en brodeergaren
ən sjtreng (Q253p Montzen)
|
Een streng garen. [ZND 07 (1924)], [ZND m], [ZND m]
III-1-3
|