e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
stookloon prijs voor het maken: prīs vør ǝt mākǝ (Montzen) Het loon dat de stroopstoker ontvangt voor het stroopstoken. [N 57, 3b] II-2
stookplaats kuil: kul (Montzen) De stookplaats onder de ketel in de grond. Zie afb. 16. [N 57, 8a] II-2
stoomstrijkijzer strijkijzer met damp: štrīkīzǝr męt damp (Montzen) Strijkijzer met water erin dat tijdens het strijken verdampt tot stoom die uit openingen in de zoolplaat komt, om het strijkgoed te bevochtigen. [N 59, 21d; N 59, 20] II-7
stoppels stoppelen: štǫpǝlǝ (Montzen) De stompjes halm die na het maaien op het veld overblijven en later worden ondergeploegd. Opvallend polymorfe meervoudsvorming. [N 6, 7; N 15, 52; JG 1a, 1b; L 7, 53; L 15, 23; Wi 51; monogr.] I-4
stormx storm: štø.rəm (Montzen), štø̄rəm (Montzen) storm [ZND m] III-4-4
stoten stoten: schtuete (Montzen, ... ), sjtoowətə (Montzen), stoete (Montzen) stoten, stuiken [ZND 07 (1924)] III-1-2
strafschop penalty (eng.): Karte 171.  penalty/penanty (Montzen) Elfmeter (im Fussballspiel). III-3-2
stremsel vangsel: vɛŋsǝl (Montzen) Het zuur dat bij de melk wordt gevoegd om het te laten stollen. [A 7, 26; N 3E (II] I-11
streng lood: luwǝt (Montzen), strang: štrā.ŋk (Montzen), streng: štrɛŋ (Montzen) Een streng garen, een gewonden en veelal ineengedraaide bundel waarin garen in de handel komt. De woordtypen lood, half lood, loodje en onsje duiden op een bepaalde hoeveelheid gewicht garen. [N 62, 56c; L 7, 58; L 28, 14; Gi 1.IV, 25; MW; S 36; monogr.] II-7
streng garen [cf. wld ii.7: 24-25] lood: breigaren  ə loewət gaan (Montzen), strang: strâŋk (Montzen), štrâ.ŋk (Montzen), mannelijk  štrânk (Montzen), streng: naai en brodeergaren  ən sjtreng (Montzen) Een streng garen. [ZND 07 (1924)], [ZND m], [ZND m] III-1-3