e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
tollen draaien wie een karnol: dit woord wordt omschreven  driənə wi ən karnōl (Montzen) Tollen: draaien als een tol (trijzelen, tollen, kokkerellen, (rond)draaien) [N 108 (2001)] III-1-2
tonen laten zien: loate ziø (Montzen) Tonen, laten zien (laten zien, tonen, togen) [N 108 (2001)] III-1-1
tong tong: toŋ (Montzen) De leren lap in rijgschoenen die de wreef bedekt. [N 60, 24] II-10
tong van een schoen tong: toŋ (Montzen) De leren lap in rijgschoenen, die de wreef bedekt (tong) Zie bij tek. 3. [N 60 (1973)] III-1-3
torenhaan t hantje van dn taore?].: der haan (Montzen) De haanvormige windwijzer boven op de torenspits [weerhaan, windhaan [N 96A (1989)] III-3-3
torenspits spits: der sjpets (Montzen) De spits van de kerktoren; deze is meestal met leien bedekt. [N 96A (1989)] III-3-3
torenuurwerk kerkuur: de kerekōēr (Montzen) Het uurwerk in de kerktoren, de torenklok [kerkklok, kerkuur?]. [N 96A (1989)] III-3-3
tralie tralie: treͅlje (Montzen) een ijzeren tralie [ZND 08 (1925)] III-2-1
tranen met traan insmeren: met trǭn ę̄šmę̄rǝ (Montzen) De schoen met traan overstrijken om het leer mals te maken. [N 60, 144] II-10
trant gang: gāŋk (Montzen) Wijze van gaan (gank, loop, trant) [N 108 (2001)] III-1-2