e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
voorpand voorste: wøǝštǝ (Montzen) Voorstuk van een jas, vest enz. [N 59, 93] II-7
voorschoot leren schortel: lę̄rǝ šø̜tǝl (Montzen), schortel: šø̜tǝl (Montzen) De voorschoot van leer, zwaar blauw linnen of katoenen stof, die de schoenmaker bij het werk draagt. [N 60, 220a] II-10
voorschoot, schort (alg.) scholk: sòlek (Montzen), schortel: schötel (Montzen), sòtel (Montzen), šotəl (Montzen), šoͅtəl (Montzen) voorschoot [ZND 08 (1925)], [ZND m], [ZND m] || voorschoot (door vrouwen gedragen) [ZND 17 (1935)] III-1-3
voorspel orientierungsdans: oriɛnteroŋsdans (Montzen) Dans van jonge bijen voor de woning. Uiterlijk en ligging van de woning prenten ze zich hiermee in. Zie ook het lemma Voorspelen. [N 63, 57a] II-6
voorwas aanvang: āvaŋk (Montzen) Was die door de bijen geproduceerd wordt, voordat ze aan de eigenlijke ratenbouw beginnen. Mengsel van propolis en was. Bovenaan in de korf of het raam wordt ter versteviging een laagje was aangebracht als basis voor de raten. [N 63, 14a] II-6
voorzanger voorzanger: v"rzeŋər (Montzen) Een voorzanger [veurzenger,-zinger?]. [N 96B (1989)] III-3-3
voorzwerm eerste zwerm: øštǝ zwɛ̄rǝm (Montzen) De eerste zwerm, gewoonlijk in juni. Een deel van een bijenvolk verlaat met de oude koningin korf of kast. Wie met de zwerm meetrekt, schijnt niet meer naar de oude woning om te zien (De Roever, pag. 34). De zwerm laat een aparte zwermtoon horen. [N 63, 29b; JG 1b; N 63, 37e; A 9, 6] II-6
vork fourchette: fo.rše.t (Montzen), fəršeͅt (Montzen), fəršeͅtə (Montzen) vork (bij het eten gebruikt) [ZND 16 (1934)] III-2-1
vormbewijs firmungsschijn: dər vermoŋssjīn (Montzen) Het bewijs dat men gevormd is, vormbriefje [firmbrifje]. [N 96D (1989)] III-3-3
vormeling een die gefirmt (du.) wordt: eŋə dɛ gəverəmt wɛt (Montzen) Een vormeling. [N 96D (1989)] III-3-3