e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
witte donderdag groene dondersdag: gr"nə donəsjtəch (Montzen) De donderdag in de week vóór Pasen, Witte Donderdag [jreune dónnesjtiech]. [N 96C (1989)] III-3-3
witte kool kappes: kampes (Montzen), kappes (Montzen), wit moes: wit moos (Montzen, ... ) een witte kabuis(kool) [ZND 36 (1941)] || witte kool als gerecht [N Q (1966)] || witte kool, als plant of gewas [N Q (1966)] I-7, III-2-3
witte kwikstaart kwikstaartje: slecht leesbaar  kwikstiske (Montzen) kwikstaart [ZND 01 (1922)] III-4-1
witte waterkers waterkers: watǝrkās (Montzen) Rorippa nasturtium-aquaticum (L.) Hayek Niet meer zo algemeen voorkomende plant van 10 tot 90 cm hoog met een slappe holle, kantige stengel, die aan de voet vaak kruipend is en daar wortelt. De plant groeit aan sloten en beken en heeft bovenaan de stengels groene vruchtjes in de vorm van 2 cm grote boontjes. De kleine witte bloempjes aan de top van de stengel bloeien van mei tot september. Ook in cultuur als groente. De oude botanische naam ervan is Nasturtium officinale R.Br. [A 51, 39; monogr.] I-5
wittebrood weg: wék (Montzen), witbrood: wedbrūet (Montzen), weetbroed (Montzen), wittebrood: wése bruot (Montzen) wit brood [ZND 01u (1924)] III-2-3
woelen rammelen: ramələ (Montzen) Woelen: onrustig heen en weer bewegen (woelen, sjravelen, sjörge) [N 108 (2001)] III-1-2
woensdag voor pasen goensdag voor pasen: gostəch v"r posje (Montzen) De woensdag in de week vóór Pasen [schorsel-/schortelwoensdag]. [N 96C (1989)] III-3-3
woensdagx goensdag: goostech (Montzen), góstech (Montzen), Yu̯‧s.təx (Montzen) dag; woensdag [N 07 (1961)] || woensdag [ZND 10 (1925)] III-4-4
wonderdoener een die wonderen doet: əŋə dɛ wondərə dēt (Montzen) Een wonderdoener. [N 96D (1989)] III-3-3
wonderen doen wonderen doen: wondərə duə (Montzen) Wonderen doen/verrichten. [N 96D (1989)] III-3-3