| 17974 |
zich niet lekker voelen |
de vot inhebben:
Plat, nagenoeg gemeen.
də vot ēhā (Q253p Montzen, ...
Q253p Montzen),
niet gezond zijn:
nēt gəzōnt ziə (Q253p Montzen, ...
Q253p Montzen)
|
Onwel: zich niet gezond voelend (erg, onwel, niet goed, misselijk). [N 107 (2001)] || Zich niet lekker voelen (niet lekker, niet goed, gammel, krank). [N 107 (2001)]
III-1-2
|
| 34339 |
zich schuren |
schuren:
šȳrǝ (Q253p Montzen)
|
Zich schuren tegen een paal of boom vanwege de jeuk, gezegd van het varken. [N M, 7]
I-12
|
| 17975 |
ziek |
krank (du.):
krānk (Q253p Montzen),
krâ.ŋk (Q253p Montzen)
|
ziek [ZND 08 (1925)], [ZND m]
III-1-2
|
| 17977 |
ziekelijk |
krankelijk:
krɛŋkələx (Q253p Montzen),
krɛŋkələx ziə (Q253p Montzen)
|
Een ziekte onder de leden hebben (op het lijf, in geen goed vel steken). [N 109 (2001)] || Ziekelijk: telkens ziek (ziekelijk, krenkelig, sukkelig, ongans). [N 107 (2001)]
III-1-2
|
| 18155 |
ziekenhuis |
spitaal:
ṣpitāl (Q253p Montzen)
|
Ziekenhuis: inrichting voor het verplegen van zieken (ziekenhuis, (ho)spitaal, gasthuis, krankenhuis). [N 107 (2001)]
III-1-2
|
| 24053 |
ziekenlantaarn |
lucht:
də lüət (Q253p Montzen)
|
De lantaarn die door de misdienaars gedragen wordt als Ons Heer naar een zieke wordt gebracht [lanteer]. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 24089 |
ziekenzuster |
krankenschwester (<du.):
ən kraŋkəzwɛstər (Q253p Montzen)
|
Een zuster die zich bezig houdt met de verpleging van zieken [leefdezuster]. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 17980 |
ziekte |
krankheid:
krankhët (Q253p Montzen)
|
ziekte [ZND 08 (1925)]
III-1-2
|
| 23338 |
ziel |
ziel:
də ziəl (Q253p Montzen)
|
De ziel [zieël, zie.l, zeel]. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 23617 |
zielboek |
dodenlijst:
də duədəlīs (Q253p Montzen)
|
Het zielenboek, het register van overledenen, wier namen op vaste tijden van de preekstoel werden afgelezen, voorzover de nabestaanden het zielenboekgeld hadden voldaan [zielboek, dodenlijst?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|