e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

Gevonden: 3044
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
zwijgen zwijgen: zwige (Montzen), zwĭge (Montzen) Ik zal maar zwijgen. [ZND 08 (1925)] || zwijgen [ZND m] III-3-1
zwikblok, werkblok ezel: ęzǝl (Montzen) Een verstelbaar ijzeren apparaat op een paal waarop de schoen bewerkt wordt. Daartoe is in de leest een opening, waarin het uiteinde van de ene arm van het blok past; de punt van de schoen rust op de andere arm, terwijl dan met een schroef de beide armen worden vastgezet, waardoor de schoen tevens vaststaat. Het werk aan het blok was het begin van de industri√´le schoenmakerij (Liedmeier, pag. 30). [N 60, 158a] II-10
zwoegen taffelen: tāvele (Montzen) Ik heb moeten zwoegen. [ZND 08 (1925)] III-1-4
zwoord zwaard: sjwaat (Montzen), zwāt (Montzen), žwā:t (Montzen) zwoerd (harde rand van een snede spek) [ZND 08 (1925)] || zwoerd (van spek) [N 07 (1961)] III-2-3