| 24115 |
broederschap van de heilige kindsheid |
heilige kindsheid:
də heləgə kenshēt (Q253p Montzen)
|
De broederschap van kinderen die als doel had de heidense kinderen, vooral die in China, op te voeden, Broederschap der H. Kindsheid [Hèllige Kinsheid]. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 28469 |
broednest |
broednest:
brūtnēs (Q253p Montzen)
|
Plaats waar de moer of koningin de eieren legt. Ze gaat uit van één raat en bouwt op de nevenraten via rondjes het broednest uit. Het broednest krijgt uiteindelijk ongeveer de vorm van een bol. Het woordtype broedkrans duidt op het feit dat een aantal werkbijen in een krans de koningin begeleidt bij het leggen van de eieren. De krans werkbijen voorziet de koningin voortdurend van voedsel. [N 63, 19; N 63, 10d; N 63, 18]
II-6
|
| 18540 |
broek met split |
boks met een gulp:
boks met ən gøləp (Q253p Montzen)
|
een broek met een slip aan de voorkant [N 59 (1973)]
III-1-3
|
| 18197 |
broek: algemeen |
bots:
Daneben auch noch das allmählich aussterbende bru:k.
bots (Q253p Montzen),
Jonger.
bots (Q253p Montzen),
broek:
brōk (Q253p Montzen),
allmählich aussterbend
brū:k (Q253p Montzen)
|
broek [ZND m] || broek (kledingstuk voor mannen) [ZND 16 (1934)]
III-1-3
|
| 28728 |
broekenmaker |
culottier:
kylotjē (Q253p Montzen),
culottière:
kylǫtjɛ̄r (Q253p Montzen)
|
Persoon die alleen maar broeken maakt. Het woordtype stukwerker duidt op een persoon die niet uitsluitend broeken maakt. [N 59, 195b]
II-7
|
| 18423 |
broekspijp |
pijp:
op de a van "van"een hoedje zoals bij ø
pīpə van də boks (Q253p Montzen)
|
de pijpen van de broek [N 59 (1973)]
III-1-3
|
| 18551 |
broekzak achter |
tas op de vot:
tɛ̄jsj opən vot (Q253p Montzen)
|
de achterzak [N 59 (1973)]
III-1-3
|
| 18549 |
broekzak opzij |
boksentas:
gəwønləgə boksətējsj (Q253p Montzen)
|
de broekzak opzij [N 59 (1973)]
III-1-3
|
| 18550 |
broekzak voor |
tasje onder de buik:
tɛ̄jsjə ondər gənə buk (Q253p Montzen)
|
zakken voor in broek, i.p.v. opzij (steekzak?) [N 59 (1973)]
III-1-3
|
| 20335 |
broer |
broer:
1a-m; 4, 33; 5, 70a; 11, a1
brōēr (Q253p Montzen),
bróór (Q253p Montzen, ...
Q253p Montzen)
|
broeder (familielid) [ZND 01 (1922)]
III-2-2
|