e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

Gevonden: 3044
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
broederschap van de heilige kindsheid heilige kindsheid: də heləgə kenshēt (Montzen) De broederschap van kinderen die als doel had de heidense kinderen, vooral die in China, op te voeden, Broederschap der H. Kindsheid [Hèllige Kinsheid]. [N 96D (1989)] III-3-3
broednest broednest: brūtnēs (Montzen) Plaats waar de moer of koningin de eieren legt. Ze gaat uit van één raat en bouwt op de nevenraten via rondjes het broednest uit. Het broednest krijgt uiteindelijk ongeveer de vorm van een bol. Het woordtype broedkrans duidt op het feit dat een aantal werkbijen in een krans de koningin begeleidt bij het leggen van de eieren. De krans werkbijen voorziet de koningin voortdurend van voedsel. [N 63, 19; N 63, 10d; N 63, 18] II-6
broek met split boks met een gulp: boks met ən gøləp (Montzen) een broek met een slip aan de voorkant [N 59 (1973)] III-1-3
broek: algemeen bots: Daneben auch noch das allmählich aussterbende bru:k.  bots (Montzen), Jonger.  bots (Montzen), broek: brōk (Montzen), allmählich aussterbend  brū:k (Montzen) broek [ZND m] || broek (kledingstuk voor mannen) [ZND 16 (1934)] III-1-3
broekenmaker culottier: kylotjē (Montzen), culottière: kylǫtjɛ̄r (Montzen) Persoon die alleen maar broeken maakt. Het woordtype stukwerker duidt op een persoon die niet uitsluitend broeken maakt. [N 59, 195b] II-7
broekspijp pijp: op de a van "van"een hoedje zoals bij ø  pīpə van də boks (Montzen) de pijpen van de broek [N 59 (1973)] III-1-3
broekzak achter tas op de vot: tɛ̄jsj opən vot (Montzen) de achterzak [N 59 (1973)] III-1-3
broekzak opzij boksentas: gəwønləgə boksətējsj (Montzen) de broekzak opzij [N 59 (1973)] III-1-3
broekzak voor tasje onder de buik: tɛ̄jsjə ondər gənə buk (Montzen) zakken voor in broek, i.p.v. opzij (steekzak?) [N 59 (1973)] III-1-3
broer broer: 1a-m; 4, 33; 5, 70a; 11, a1  brōēr (Montzen), bróór (Montzen, ... ) broeder (familielid) [ZND 01 (1922)] III-2-2