| 24948 |
bron |
born:
bõ̜.ǝn (Q253p Montzen),
bron:
born, uit bron
bōən (Q253p Montzen),
kwel:
kwèl (Q253p Montzen),
kwɛl (Q253p Montzen)
|
bron [ZND 01 (1922)] || Natuurlijke opening in de grond waar water uit opwelt. [S 5; L 1a-m; L 22, 26; N 5A(I]
I-8, III-4-4
|
| 20769 |
brood |
brood:
brôêt (Q253p Montzen)
|
brood [RND]
III-2-3
|
| 25500 |
broodoven |
bakoven:
baqǫavǝnt (Q253p Montzen),
oven:
oavǝnt (Q253p Montzen),
oǝ.vǝnt (Q253p Montzen),
ōavǝnt (Q253p Montzen)
|
De diverse vragen vroegen in het algemeen naar "de oven" en niet specifiek naar "de broodoven" afgezien van N 29, 1a. Het merendeel van de antwoorden slaat op de oven aan huis of op de boerderij. Meer specifieke ovens zullen in de bakkerij gebouwd zijn. De königswinteroven is een oven gemaakt van grote blokken steen afkomstig uit königswinter. De vloer bestaat uit twee grote blokken. Deze oven is voorzien van drie kanalen (pijpen) die boven het gewelf zijn aangebracht. Kanalen voeren de rook van achter de oven boven over het gewelf naar voren waardoor de trek van het vuur veel beter regelbaar wordt gemaakt (z. wbd ii afl. 1 blz. 62). [N 29, 1a; N 5, 135; RND, 57; S 27; Wi4; L 12, 8; L 40, 13b; L 40, 14; L A 2, 277; monogr.]
II-1
|
| 30852 |
bros |
broche:
broš (Q253p Montzen)
|
De grove, rechte els die men hanteert bij het doornaaien of die men gebruikt om gaatjes te slaan voor de houten pennen. Aras (II, pag. 186) zegt hierover: "De pennenbros moet dunner zijn dan de houten pennen, omdat deze in de voorgestoken gaatjes goed zouden geprangd zitten, want hiervan hangt geheel de sterkte van het met hout gepende werk af. Ook moet de pennenbros iets korter zijn dan de houten pennen." Zie afb. 6. [N 60, 180]
II-10
|
| 30904 |
brospin |
nagel ohne kop:
nāgǝl ōnǝ kop (Q253p Montzen)
|
De pin zonder kop die niet geheel in een onderstuk ingeslagen wordt, zodat het volgende onderstuk, bij de opbouw van de hak, daarop kan worden geslagen. [N 60, 200d]
II-10
|
| 25657 |
brouwen |
brouwen:
bruwǝ (Q253p Montzen),
brø̜jǝ (Q253p Montzen),
brōwǝ (Q253p Montzen)
|
Bier bereiden. Quicke (pag. 72) geeft de volgende omschrijving: "Van bier, het mout beslaan, het wort klaren, hoppen en koken; bier vervaardigen. [S 5; L 1a-m; L 22, 27a; monogr.]
II-2
|
| 25658 |
brouwer |
brouwer:
broǝjǝr (Q253p Montzen),
bruwǝr (Q253p Montzen),
brywǝr (Q253p Montzen),
brø̄jǝr (Q253p Montzen),
brǫwǝr (Q253p Montzen)
|
De persoon die bier brouwt. In dit lemma is alle materiaal opgenomen dat betrekking heeft op brouwer in de algemene betekenis van "de persoon die bier brouwt." In het lemma ''brouwmeester'' daarentegen zijn alle opgaven bijeen geplaatst die als antwoord werden gegeven op de vragen N 57, 58a/b/c/d: "Hoe noemt u de persoon of personen, belast met a. beslag maken, b. filteren, c. koken, d. afkoelen." [S 5; RND 112; L 1a-m; L 1u, 26; monogr.]
II-2
|
| 25659 |
brouwerij |
brouwerij:
brawǝrę̄ (Q253p Montzen),
bro.wǝrej (Q253p Montzen),
brø.ǝrej (Q253p Montzen)
|
De plaats of het bedrijf waar men bier brouwt. In dit lemma zijn niet opgenomen de woorden die verwijzen naar een specifiek bedrijfsgebouw binnen de brouwerij. Zie daarvoor de lemmata ''mouterij, brouwhuis'', etc. Volgens de zegslieden uit Q 78 en Q 196 werd de term "panhuis" vroeger gebruikt, maar werd hij inmiddels vervangen door "brouwerij". Ook de invuller uit Q 188 vermeldt dat hij de term "panhuis" slechts uit oude archieven kent. [L 22, 27b; L 1u, 26;monogr.]
II-2
|
| 21169 |
brug |
brug:
brø.k (Q253p Montzen, ...
Q253p Montzen),
brøk (Q253p Montzen, ...
Q253p Montzen)
|
brug [RND], [ZND m] || een houten brug [ZND 22 (1936)] || Het haam waaraan de haken vastzitten die aan de ketel worden bevestigd. Het "warshout" in L 387 had geen haken, maar bezat aan de uiteinden twee inkepingen. De grote ringen, die aan de ketel bevestigd waren, pasten in deze uitsparingen. [N 57A, 4.10; N 57, 9 add.]
II-2, III-3-1
|
| 20386 |
bruid |
bruid:
də brūt (Q253p Montzen),
1a-m; 22, 29a;
broet (Q253p Montzen)
|
bruid [ZND 01 (1922)] || de bruid [broeëd] [N 96D (1989)]
III-2-2
|