e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

Gevonden: 3044
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
bruidegom bruidegom: 1a-m; 22, 29a;  brūūdəgaam (Montzen), trouwer: dər trowər (Montzen) bruidegom [ZND 01 (1922)] || de bruidegom [brudejam] [N 96D (1989)] III-2-2
bruidje in de processie bruidje: e bruudsje i gen broonk (Montzen), engeltje: eŋəl(še) (Montzen), eŋəlsjə (Montzen), éngelsche (Montzen) Bruidje in de processie. [N 07 (1961)] || Een in het wit gekleed meisje in de processiestoet [bruidje, maagdje, ingelche]. [N 96C (1989)] || Een maagdeken (klein meisje, dat in een processie gaat). [ZND 01u (1924)] || Hoe heten de kleine meisjes die in de processie gaan? [ZND 22 (1936)] III-3-3
bruidsjapon bruidskleed: ət brutsklēt (Montzen) de bruidsjapon, het bruidskleed [N 96D (1989)] III-2-2
bruidsjonker bruidsknecht: dər brutsknɛət (Montzen) de bruidsjonker [brönker] [N 96D (1989)] III-2-2
bruidsmeisje bruidsmeid: də brutsmāt (Montzen) het bruidsmeisje [brönkesje] [N 96D (1989)] III-2-2
bruidspaar koppeltje: ət køpəlsjə (Montzen) het bruidspaar [N 96D (1989)] III-2-2
bruidssluier trouwsluier: dər trowsløjər (Montzen) de sluier van de bruid, trouwsluier [sleuer] [N 96D (1989)] III-2-2
bruidsstoet trouw-cortge: dər trowskòrtɛɛf (Montzen) de bruidsstoet [broeds-tsoch] [N 96D (1989)] III-2-2
bruidsvlucht bruidsvlucht: brutsvloxt (Montzen) Vlucht die de jonge koningin of moer onderneemt om bevrucht te worden door één of meerdere darren die met haar meevliegen. Meestal vindt deze vlucht plaats tussen de vijfde en zevende dag na haar uitlopen. Hoog in de lucht vindt de bevruchting plaats. Slechts één periode in haar leven wordt de moer of koningin bevrucht. De ene dar die haar bevrucht, moet deze daad met de dood bekopen. De moer keert uit het luchtruim met het bevruchtingsteken, de bij de paring afgerukte mannelijke geslachtsdelen, in haar lijf naar haar woning terug. De werkbijen bijten die darrenoverblijfselen weg en na korte tijd kan de moer met haar enige taak, het eieren leggen, beginnen. [N 63, 58; Ge 37, 44] II-6
bruiloft hoogtijd: də hoXsit (Montzen), 1a-m; 22, 29b; cf. VD D-N s.v. "Hochzeit"= bruiloft  hôêchtsīēt (Montzen) bruiloft [ZND 01 (1922)] || de bruiloft, het huwelijksfeest [hoeëchtsiet] [N 96D (1989)] III-2-2