| 23439 |
ciborie |
ciborium (lat.):
ət sibōriom (Q253p Montzen)
|
Een ciborie, grote kelk met deksel, waaruit de Communie wordt uitgedeeld [tsieboriejoem?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 20545 |
cichorei |
cichorei:
chicorée (Q253p Montzen),
verzamelfiche, ook mat. van ZND 1, a-m
chicoréé (Q253p Montzen),
kattenkruid:
kettekrout (Q253p Montzen),
verzamelfiche, ook mat. van ZND 1, a-m
kettekrout (Q253p Montzen)
|
cichorei [ZND 01 (1922)], [ZND 01u (1924)]
I-7, III-2-3
|
| 18522 |
colbert met twee rijen knopen |
stoepje met twee rijen knopen:
štybkə met twēj rejə knø̄p (Q253p Montzen)
|
een colbert met twee rijen knopen [N 59 (1973)]
III-1-3
|
| 18521 |
colbert met één rij knopen |
stoepje met een rij knopen:
štybkə met ĕŋ rej knø̄p (Q253p Montzen)
|
een colbert met een rij knopen [N 59 (1973)]
III-1-3
|
| 18518 |
colbertjasje |
stoep:
štyb (Q253p Montzen),
stoepje:
štybkə (Q253p Montzen)
|
het colbert [N 59 (1973)]
III-1-3
|
| 23939 |
collatie |
licht avondbrood:
ə liət òəvəntbruət (Q253p Montzen)
|
Een licht avondmaal dat is toegestaan op vastendagen, collatie. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 23624 |
collecte |
collecte:
də kolɛkt (Q253p Montzen)
|
De geldinzameling, de collecte [de kollekt?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 23625 |
collecteren |
rondgaan:
rontguə (Q253p Montzen)
|
Met de schaal of het kerkezakje rondgaan in de kerk [róndgooën?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 23629 |
collecteschaal |
telder:
dər tɛ̄ldər (Q253p Montzen)
|
De schaal, het bord waarmee in dat geval gecollecteerd werd [schaol, sjaal, telder, klaaterschoeëtel?] . [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 23626 |
collectezakje |
klingelbuidel:
dər kliŋəlby(3)l (Q253p Montzen)
|
Een collectezakje (met belletje) aan een lange stok [kringel-, klingelsbuul?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|