e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

Gevonden: 3044

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
afkomen, wegvliegen uitzwermen: utžwɛrǝmǝ (Montzen) Het wegvliegen van een zwerm. Op een zonnige dag, meestal tussen 11 en 14 uur, gaan duizenden en duizenden werkbijen, vergezeld van honderden darren en met de oude moer in hun midden, zwermen. [N 63, 31b] II-6
aflaat aflaat: dər ablas (Montzen) Een aflaat [ablas?]. [N 96B (1989)] III-3-3
aflappen het boord naaien: ǝt bǭǝt niǝnǝ (Montzen) Het aan elkaar naaien van de rand of tussenzool en de loopzool. "Op de zool wordt nu een groef gesneden, waarna het "aflappen" een aanvang kan nemen. Met een els wordt een gaatje gemaakt in den rand en in de groef van de zool, de draad wordt erdoor gehaald en dit herhaald, totdat de geheele zool aan den rand, die aan het boventuig vastzit, is vastgenaaid." (Directie, pag. 301). Zie afb. 47. [N 60, 109] II-10
afloeren, bespieden afkijken: āfkikə (Montzen), afzien: āfziə (Montzen) Afloeren (afkijken, uitloeren). [N 109 (2001)] III-1-1
afpersen opstrijken: opštrīkǝ (Montzen) Het kledingstuk voor de laatste keer zoveel als nodig is persen. [N 59, 82] II-7
afraffelen afrappelen: ə gəbɛt āfrapələ (Montzen) (te) snel bidden, een gebed afraffelen. [N 96B (1989)] III-3-3
afromen aflaten: aflǭtǝ (Montzen) De room van de melk scheppen. Men kon de room van de melk scheiden door met een houten latje de room tegen te houden, terwijl de ontroomde melk door de tuit van de in schuine stand gehouden roomschotel wegvloeide. Een andere methode was de melk overgieten of aflaten in een andere kruik of emmer, terwijl men de aan de oppervlakte gevormde room tegenhield door blazen. Een modernere manier van scheiden van room en melk gebeurde met de melkmachine of centrifuge. [A 23, 3; Lu 1, 3; JG 1a, 1b, 1d; Vld.; monogr.] I-11
afstijfselen de lap stijven: dǝr lap štīvǝ (Montzen) De zool en/of de rand met stijfsel insmeren. [N 60, 121b] II-10
aftekenen met krijt tekenen met knijt: tēkǝnǝ męt knīt (Montzen) In verband met het passen de kledingstukken aftekenen met krijt. [N 59, 75; N 59, 74] II-7
aftrekken insmeren: ę̄šmę̄rǝ (Montzen) Het met was bestrijken van de schoen. [N 60, 134b] II-10