e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

Gevonden: 3044
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
deugd tugend (du.): də tūgənt (Montzen) Deugd. [N 96D (1989)] III-3-3
deur deur: d ̇ø̜̄r (Montzen) [rnd 109; S 6; L 1 a-m; L 12, 5; L A2, 265; monogr.; Vld.; div.] II-9
deurtje deur: dø̄r (Montzen) Het ijzeren deurtje waardoor het vuur gestookt kan worden. [N 57, 8c] II-2
devotiecommunie werkelijke kommunion (du.): de werəkələgə komyniuən (Montzen) De devotie-communie. [N 96B (1989)] III-3-3
diarree afgang: āfgāŋk (Montzen) Diarree, buikloop (prutsj, loperij, aan de schiet, dunne, weke). [N 107 (2001)] III-1-2
dichtbinden de schoen rijen: dǝr šōn rejǝ (Montzen) Het met touw dichtbinden van de veteropening, voordat men begint met overhalen. Zie ook het lemma overhalen. [N 60, 82] II-10
dichtmaken van de woning verkitten: vǝrkitǝ (Montzen) Het dichtmaken van spleten en openingen in de bijenwoning met propolis. [N 63, 53b; N 63, 53a; Ge 37, 142] II-6
dief dief: dī:f (Montzen), dé:f (Montzen), schelm: sèlem (Montzen), spitsboef: spétsbōf (Montzen) dief [ZND 01 (1922)] III-3-1
diep diep: d ̇ēp (Montzen) In dit lemma worden de plaatselijke varianten gegeven van het woord diep, voorzover dat - evenals de termen voor het tegengestelde begrip (zie het lemma ondiep) - gebruikt wordt of kan worden in verbinding met een werkwoord voor "ploegen". Voor het begrip "diep ploegen (vóór het zaaien)" kent men in bepaalde streken een speciale term waarin het woord diep niet voorkomt. Daarvoor zie men het volgende lemma [JG 1a + 1b; N 11, 39 + 42b + 46; N 11A, 107a + 108a; L 23, 8a; A 20, 1b; A 27, 24b; monogr.] I-1
dier, beest beest: hier ook opgenomen mat. van ZND 21, 011  bei̯st (Montzen), biəst (Montzen), dier: ook in ZND 23, 009  dīr (Montzen) beest [ZND 01 (1922)] || dier [ZND 01 (1922)] III-4-2