| 28640 |
drijfvoeren |
stimuleren:
stimylērǝ (Q253p Montzen)
|
Het voeren dat gebeurt, wanneer men de bijen tot het zetten van broed wil prikkelen. Wanneer de bijen nog behoorlijk in het voer zitten, hoeft de imker zich nergens om te bekommeren en kan hij het drijfvoeren laten. [N 63, 110c; Ge 37, 196]
II-6
|
| 27354 |
drijven |
uitkloppen:
utklopǝ (Q253p Montzen)
|
Het verwijderen van bijen uit de woning door middel van kloppen, borstelen, stoten en afjagen op een korf met nest, met het doel honing te oogsten. [N 63, 98a; monogr.]
II-6
|
| 17862 |
dringen |
persen:
peə.šə (Q253p Montzen)
|
dringen [ZND m]
III-1-2
|
| 20499 |
drinken |
drinken:
dre͂.ŋkə (Q253p Montzen)
|
drinken [ZND m]
III-2-3
|
| 19574 |
drinkglas |
glas:
glās (Q253p Montzen, ...
Q253p Montzen),
halfje:
een halfje (vero.)
høͅfkə (Q253p Montzen)
|
drinkglas [RND] || glas [ZND 35 (1941)]
III-2-1
|
| 20635 |
dronken |
bezopen:
verzamelfiche, ook mat. van ZND 1, a-m
besaûpe (Q253p Montzen),
vol:
verzamelfiche, ook mat. van ZND 1, a-m
vool (Q253p Montzen)
|
dronken [ZND 01u (1924)]
III-2-3
|
| 20622 |
dronken zijn |
de platen haan:
verzamelfiche, ook mat. van ZND 1, a-m
had de plate (Q253p Montzen),
ze zitten hebben:
verzamelfiche, ook mat. van ZND 1, a-m
da had ze zette (Q253p Montzen)
|
dronken [ZND 01u (1924)]
III-2-3
|
| 25128 |
droog weer |
droog:
drŭŭch (Q253p Montzen)
|
droog [RND]
III-4-4
|
| 25129 |
droogte |
droogte:
drügde (Q253p Montzen)
|
droogte [ZND 33 (1940)]
III-4-4
|
| 20554 |
drop |
lakrits:
lakreet (Q253p Montzen),
zie ook znd 1u,45a
lakri.ts (Q253p Montzen)
|
drop [ZND 01 (1922)], [ZND 01u (1924)]
III-2-3
|