| 21321 |
getuigen |
getuigen:
geteigen (Q090p Mopertingen),
tuigen:
teigen (Q090p Mopertingen)
|
getuigen [ZND 24 (1937)]
III-3-1
|
| 21322 |
gevangenis |
prison (<fr.):
Van Dale: prison (<Fr.), (gew.) gevangenis.
prisoͅn (Q090p Mopertingen)
|
gevangenis [ZND 24 (1937)]
III-3-1
|
| 17808 |
geven |
geven:
gèven (Q090p Mopertingen)
|
geven [ZND 25 (1937)]
III-1-2
|
| 17790 |
gevoelig (zijn) |
nog voelen:
ik viel nog (Q090p Mopertingen)
|
mijn hand is nog gevoelig (b.v. op de plaats waar ik mij vroeger verbrand heb) [ZND 24 (1937)]
III-1-1
|
| 17740 |
gevoelloos (zijn) |
doof:
doof (Q090p Mopertingen)
|
in die vinger heb ik geen gevoel; hij is helemaal ... [ZND 24 (1937)]
III-1-1
|
| 19381 |
gewelf |
gewelf:
gǝwɛlǝf (Q090p Mopertingen)
|
Gebogen vlak, samengesteld uit bakstenen, dat de overdekking vormt van een ruimte die wordt omsloten door muren of pijlers. Zie ook de lemmata 'Troggewelf' en 'Tongewelf'. [S 10; L 1 a-m; L 24, 12; N 79, 18; monogr.]
II-9
|
| 33265 |
gewone spurrie |
spurrie:
spęrx (Q090p Mopertingen)
|
Spergula arvensis L. Een 15 tot 40 cm hoge plant met rechtopstaande stengels en smalle, priemvormige bladeren in kransen en kleine witte bloempjes. Spurrie bloeit van juni tot september en wordt vooral op zandgronden als veevoeder gekweekt. [N Q, 2; JG 1a, 1b; L A1, 245; R 3, 28; monogr.]
I-5
|
| 17564 |
gewricht |
gewricht:
gewrèchten (Q090p Mopertingen)
|
hoe heet het gewricht van een lidmaat, d.i. de plaats waar de beenderen van armen of benen met elkaar verbonden zijn ? [ZND 24 (1937)]
III-1-1
|
| 17588 |
gezicht |
gezicht:
zikkelek gezich (Q090p Mopertingen)
|
hij heeft een flets gezicht (bleekgeel, ziekelijk) [ZND 23 (1937)]
III-1-1
|
| 32865 |
gezwad, regel gemaaid gras |
gezwad:
gǝzwǭ.t (Q090p Mopertingen)
|
De in dit lemma opgenomen woorden zijn van toepassing op de regel afgemaaid gras zoals een maaier die al voortgaande aan zijn linkerzijde vormt. Zie de toelichting bij het voorgaande lemma. = Bij de plaatscode duidt op gelijkheid van de benamingen voor zwad en gezwad in deze plaats; zie ook de kaart. [N 14, 93; JG 1a, 1b, 2c; A 16, 1b; A 4, 28 add.; A 23, 16 add.; L 8, 137; L 20, 28 add.; S 47; Gwn 7, 9; Lu 1, 16 II add.; monogr.]
I-3
|