e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Moresnet

Overzicht

Gevonden: 622
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
huivering schudder: šud.ər (Moresnet) huivering [gril] [N 10 (1961)] III-1-2
hurken (zich) hukken: ze.x hu.kə (Moresnet, ... ) hurken, op zijn ~ gaan zitten [N 10 (1961)] III-1-2
iemands overlijden aanzeggen op de begrafenis nodigen: znd 32, 71;  op e begreffenis nuedigen (Moresnet) de buren en kennissen op iemands begrafenis uitnodigen [ZND 32 (1939)] III-2-2
ijsvogel ijsvogel: ī.sfōͅ:gəl (Moresnet) ijsvogel (16,5 schitterend blauwgroen boven, steenrood onder; vliegt snel over beek, sloot en langs ven; broedt in gat in steile over; vangt visjes; vrij zeldzaam [N 09 (1961)] III-4-1
inspannen aanspannen: āšpanǝ (Moresnet) Het opgetuigde paard voor een kar met berries spannen. Men plaatst het tussen de berries, waaraan de draagriem, de brede buikriem, en de strengen worden vastgemaakt. Voor andere voer- en landbouwwerktuigen wordt het paard niet in- maar aangespannen. De term inspannen werd echter ook enkele keren in de hier behandelde betekenis opgegeven. [JG 1b; N 8, 98a; RND 74] I-10
jeuken jeuken: jø͂ͅə.kə (Moresnet) jeuken, het begint te jeuken [öksele, euke, juike, juuke] [N 10 (1961)] III-1-2
jurk kleed: e blo kleed (Moresnet) blauw kleed [ZND 32 (1939)] III-1-3
kaak bak: ba.kə (Moresnet) kaak [N 10b (1961)] III-1-1
kaakbeen(rand) raak: ra͂.kə (Moresnet) kaakrand waarin de tanden staan [raak] [N 10 (1961)] III-1-1
kaal (zijn), kaal hoofd kletskop: kleͅ.tškop (Moresnet), plaat: plēͅ.t (Moresnet), volle maan: vo.lə moͅnt (Moresnet) kaal hoofd (hebben) (spotbenamingen) [kletskop, hij is bij het goevernement] [N 10 (1961)] III-1-1