e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Muizen

Overzicht

Gevonden: 442
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
gulden mis gulden mis: de gulle mis (Muizen) Gulden mis (op Quatertemper woensdag in de advent). [ZND 35 (1941)] III-3-3
haag haag: hǭx (Muizen) Omheining van levend hout ter afpaling van een erf of een stuk land. Men kent verschillende soorten hagen onder andere beukenhaag, elzenhaag, ligusterhaag, meidoornhaag, taxushaag en vlierhaag. [N 14, 62; RND 20; Wi 9; S 13, add.; Vld.; A 25, 4a; L 1a-m; L B2, 279; JG 1b, add.; L 32, 45; monogr.] I-8
haagbeuk haagbeuk: haogbeuk (Muizen) haagbeuk (carpinus betulus) [ZND 35 (1941)] III-4-3
haar haar: hu:ər (Muizen) haar (op het hoofd) [RND] III-1-1
haarspit haargetouw: hǭǝrgǝtǫu̯ (Muizen) Het haarspit is het draagbare aambeeldje waarop de zeis wordt gehaard. Het bestaat uit een ijzeren pin met een verstaalde enigszins bolle kop, die doorgaans vierkant van omtrek is en tot buiten de pin uitsteekt. Het haarspit kan in de grond worden gestoken (in het veld), of in een haarblok (op de boerderij). Om te verhinderen dat het haarblok te ver in de grond of het haarblok wordt gedreven, heeft men aan het haarspit, enkele centimeters onder de kop, een extra onderdeel vastgemaakt; dit kan bestaan uit enkele ringetjes, meestal twee of vier, een rond of vierkant plaatje, of uit twee dwarspinnetjes (spieën, die doorgaans van hout zijn). Als men het haarspit in de grond steekt, legt men vaak twee blokjes, plankjes of stenen onder de ringetjes of de spieën. De door de informanten opgegeven benamingen voor dit onderdeel van het haarspit staan achteraan in dit lemma. Zie afbeelding 7b, nummer 2. [N 18, 87, JG 1a, 1b, 1d, 2a, 2c; A 4, 28e; L 20, 28e; add. uit N 14, 131; N 18, 68f, 85 en 87; A 23, 16; Lu 1, 16; monogr.] I-3
haarvlecht vlecht: vleg (Muizen) een haarvlecht [ZND 35 (1941)] III-1-1
haken haken: ze kan haken (Muizen) Haken, crocheren. [ZND 35 (1941)] III-1-3
handschoen haas: e paar hase (Muizen), een haas (Muizen, ... ) een paar handschoenen [ZND 35 (1941)] || handschoen [ZND 35 (1941)] III-1-3
hart hart: hat (Muizen) hart [RND] III-1-1
haver haver: hǭvǝr (Muizen) Avena sativa L. Men zaait ongeveer 200 kg haver per hectare. Zie afbeelding 1, b. [JG 1a, 1b; A 2, 31; L 35, 101; L lijst graangewassen, 3; Wi 50; monogr.; add. uit N 15, 1a] I-4