| 23267 |
gulden mis |
gulden mis:
de gulle mis (P181p Muizen)
|
Gulden mis (op Quatertemper woensdag in de advent). [ZND 35 (1941)]
III-3-3
|
| 29733 |
haag |
haag:
hǭx (P181p Muizen)
|
Omheining van levend hout ter afpaling van een erf of een stuk land. Men kent verschillende soorten hagen onder andere beukenhaag, elzenhaag, ligusterhaag, meidoornhaag, taxushaag en vlierhaag. [N 14, 62; RND 20; Wi 9; S 13, add.; Vld.; A 25, 4a; L 1a-m; L B2, 279; JG 1b, add.; L 32, 45; monogr.]
I-8
|
| 24606 |
haagbeuk |
haagbeuk:
haogbeuk (P181p Muizen)
|
haagbeuk (carpinus betulus) [ZND 35 (1941)]
III-4-3
|
| 17748 |
haar |
haar:
hu:ər (P181p Muizen)
|
haar (op het hoofd) [RND]
III-1-1
|
| 32888 |
haarspit |
haargetouw:
hǭǝrgǝtǫu̯ (P181p Muizen)
|
Het haarspit is het draagbare aambeeldje waarop de zeis wordt gehaard. Het bestaat uit een ijzeren pin met een verstaalde enigszins bolle kop, die doorgaans vierkant van omtrek is en tot buiten de pin uitsteekt. Het haarspit kan in de grond worden gestoken (in het veld), of in een haarblok (op de boerderij). Om te verhinderen dat het haarblok te ver in de grond of het haarblok wordt gedreven, heeft men aan het haarspit, enkele centimeters onder de kop, een extra onderdeel vastgemaakt; dit kan bestaan uit enkele ringetjes, meestal twee of vier, een rond of vierkant plaatje, of uit twee dwarspinnetjes (spieën, die doorgaans van hout zijn). Als men het haarspit in de grond steekt, legt men vaak twee blokjes, plankjes of stenen onder de ringetjes of de spieën. De door de informanten opgegeven benamingen voor dit onderdeel van het haarspit staan achteraan in dit lemma. Zie afbeelding 7b, nummer 2. [N 18, 87, JG 1a, 1b, 1d, 2a, 2c; A 4, 28e; L 20, 28e; add. uit N 14, 131; N 18, 68f, 85 en 87; A 23, 16; Lu 1, 16; monogr.]
I-3
|
| 17750 |
haarvlecht |
vlecht:
vleg (P181p Muizen)
|
een haarvlecht [ZND 35 (1941)]
III-1-1
|
| 18791 |
haken |
haken:
ze kan haken (P181p Muizen)
|
Haken, crocheren. [ZND 35 (1941)]
III-1-3
|
| 18256 |
handschoen |
haas:
e paar hase (P181p Muizen),
een haas (P181p Muizen, ...
P181p Muizen)
|
een paar handschoenen [ZND 35 (1941)] || handschoen [ZND 35 (1941)]
III-1-3
|
| 32977 |
haver |
haver:
hǭvǝr (P181p Muizen)
|
Avena sativa L. Men zaait ongeveer 200 kg haver per hectare. Zie afbeelding 1, b. [JG 1a, 1b; A 2, 31; L 35, 101; L lijst graangewassen, 3; Wi 50; monogr.; add. uit N 15, 1a]
I-4
|