| 21344 |
kwellen |
de dram aandoen:
WNT: dram (II), zie drem.
den dram aandoon (L322a Nunhem),
negeren:
négere (L322a Nunhem),
pesten:
peste (L322a Nunhem)
|
lichamelijk of geestelijk leed veroorzaken [plagen, kwellen] [N 85 (1981)]
III-3-1
|
| 21788 |
kwelling/pesterij |
judassen, het ~:
judasse (L322a Nunhem)
|
het kwellen [plaag, temptatie] [N 85 (1981)]
III-3-1
|
| 17692 |
kwijl |
zever:
zijver (L322a Nunhem)
|
Kwijl: uit de mond lopend speeksel (zever, kwijl). [N 84 (1981)]
III-1-1
|
| 19980 |
kwispelstaarten |
kwispelen:
Veldeke
kwispele (L322a Nunhem)
|
Hoe noemt u de staart heen en weer bewegen, als teken van vriendschap, gezegd van honden (kwispelen, kwipselen, kwipselstaarten, kwispelstaarten) [N 83 (1981)]
III-2-1
|
| 21668 |
kwitantie |
kwitantie:
kwitantie (L322a Nunhem)
|
kwitantie, bewijs van schulddelging [N 21 (1963)]
III-3-1
|
| 29799 |
laad- en losplaats |
losplaats:
lǫšplāts (L322a Nunhem),
wal:
wal (L322a Nunhem)
|
De plaats langs het water waar stenen en pannen werden geladen en gelost. [monogr.]
II-8
|
| 29611 |
laag klei |
kwartszand:
kwē̜rs˲zanjt (L322a Nunhem),
laag leem:
lǭx lęjm (L322a Nunhem)
|
Kleilaag waarvan men stenen vormt, nadat de grondstof op de juiste manier is bewerkt. Het woordtype stol leem verwijst ernaar dat in Q 211 een berg in het heuvellandschap werd afgegraven. [N 98, 20; monogr.; N 98, 27 add.]
II-8
|
| 33659 |
laaggelegen weidegrond |
broek:
brōk (L322a Nunhem),
dries:
drēs (L322a Nunhem)
|
Laaggelegen, vaak natte weidegrond, die men meestal gebruikt om te hooien. Vergelijk ook lemma 1.3.3 ɛbeemdɛ.' [N 14, 52; N P, 5; JG, 1a, 1b; S 5; A 10, 4; RND 20; L 19b, 2aI; Vld.; monogr.]
I-8
|
| 33649 |
laagliggende akker |
op de lage:
opǝ lēǝgǝ (L322a Nunhem)
|
Een aantal woordtypen duiden niet zozeer op een afgebakend perceel, een akker, maar meer algemeen op laagliggende grond. [N 11, 2b]
I-8
|
| 33650 |
laagte in een akker |
zak:
zak (L322a Nunhem),
zonk:
zøŋk (L322a Nunhem)
|
Laagte of kuil waar de grond steeds vochtig blijft of waar water blijft staan. [N 11, 3a, N 11, add.; Vld.; monogr.]
I-8
|